Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1894
2e herz. en gew. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2192
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205733
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
overschoenen te ontdoen, maar slaagde daarin niet. »Och,
vri.endje, wil je wel zoo goed zijn mij mijn schoenen uit
te trekken," vroeg hij daarop aan den zwijgenden toeschou-
wer.
De aangesprokene aarzelde. Voor de derde maal scheen
een kortaf »neen" op zijn lippen te zweven; maar hij
weerhield het, bukte zich, trok den officier de schoenen
uit en ging heen zonder acht te slaan op het hem toege-
voegde »dankje"
— »Een rechte zuurmuil!" sprak de officier tot zichzelf,
en ging op goed geluk af een der aangrenzende deuren binnen.
Hartelijk ontving de Burgemeester zijn ouden vriend en
krijgsmakker. Ze hadden den 18 October naast elkander
voor Leipzig gestaan en waren dertig jaren lang vrienden
gebleven.
Te midden der blijde verrassing van het weerzien wordt op de
<leur getikt. De blikken der aanwezigen wenden zich derwaarts
en tot groote verbazing van den officier treedt de »zuurmuil"
van zooëven in de zaal. Zijn verbazing verkeert echter in
angst, toen plotseling oud en jong opspringt en met den
blijden uitroep »Uhland! Uhland!" zich verdringt om den
binnengetredene.
— »Uhland?" vroeg de officier bijna ademloos aan den
Burgemeester.
— »Zeker, Generaal! mijn oude vriend Uhland! Maar
waarom schrik je daarvan? Ge ziet er uit, alsof ge een
veldslag verloren hadt."
De generaal streek de hand door de haren. »Zoo ben
ik ook juist te moede," antwoordde hij verlegen en ver-
haalde daarop zijn ontmoeting met den dichter. Gedane
zaken zijn niet te veranderen," ging hij voort; »er blijft
mij niets over dan mij op genade en ongenade over te
geven." —
Kijkjes in de Historie. G