Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1894
2e herz. en gew. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2192
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205733
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
mand had den moed zich erop neer te zetten. Er zouden
er zesentwintig ledig gebleven zijn. Elks oog werd vochtig
en aller blikken wendden zich treurig zijwaarts naar de on-
bezette plaatsen. Daar breekt eindelijk een der elf de pijn-
lijke stilte. Met de hem overgebleven linkerhand heft hij
een gevuld wijnglas omhoog en spreekt op roerenden toon:.
»Kameraden! Xu drie jaar geleden, waren wij eveneens
hier vergaderd. Schitterend eji hoopvol scheen ons de
toekomst. Aan de spits van ons regiment, onder de vroo-
lijke tonen van het vaderlandsehe lied tndcken wij moedig
<Ien vijand te gemoet en rekenden op een spoedige over-
winning. De overwinning is ons deel geweest; maar, helaas!
tot welken prijs? Yan de duizend kloeke nnninen, die wij
ten strijde voerden, kwamen honderden om in de moerassen
van Maryland, andere honderden door gebrek of het staal
van den vijand. iSlechts tweehonderd van ons geheele regi-
ment brachten het leven ei' af; en nog welk een leven!
Verlamd, kreuj>el, blind ais zij zijn, zal menig hunner den
makker benijden, die op den bloedigen bodem den eeuwigen
slaap is ingegaan. — Geen beter lot dan aan onzen man-
schappen is ook ons wedervaren. Deze ledige plaatsen, onze
krukken, onze wonden en verminkte ledematen getuigen,
<lat ook wij onzen pliciit gedaan hebben voor het vaderland.
Aan dat vaderland wijd ik dezen dronk!"
Aller glazen werden gevuld, opgeheven en in óen teug
geledigd, terwijl tranen zich vermengden met Jiet tintelende
<iruivensap en stomme smart op elks gelaat te lezen stond.
. Xog verkeerden allen in diezelfde sombere gemoeds-
gesteldheid, toen de spijzen opgedragen werden, waarvan
<le verkwikkelijke geur tot genieten scheen uit te jioodigen.
Toch aarzelden zij plaats te nemen en het goede te ge-
nieten. Aanvankelijk schoof elk zijn bord weg, vulde
andermaal zijn glas, hief het op en ledigde het, na zwijgend