Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1894
2e herz. en gew. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2192
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205733
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
scherp aan. — »Anatole," fluisterde hij nauw hoorbaar,
»men kan wel zien, dat gij in lang niet in Parijs geweest
zijt. Weet gij wat het zeggen wil twee menschen onder
het mes der guillotine weg te halen? Kent gij hun vergrijp
togen de natie?"
»Maar Lebas? Een vrouw, een onschuldige zestienjarige
knaap?"
»Onschuldig? De Republiek is in gevaar. Wie maar
een zweem van schuld op zicii heeft geladen, moet ver-
nietigd worden. Beter duizenden opgeoffei-d, dan milioenen
in het verderf te storten."
»Maar als nu een onschuldige gered kan worden, zoudt
gij daartoe niet willen meewerken? Is dat niet nw plicht.
Lebas, denk aan uw^ moeder, aan uw vrouw, aan uw kind!
Misschien erbarmt zich ook eens iemand over uav kind.
als .... Lebas, denk aan de wisseling van dit leven,
aan de stormen der Revolutie, aan de woorden van Danton:
»Myn vijanden zullen mij niet lang overleven."
Lebas boog het hoofd. Hij drukte myn hand en sprak:
»Laat komen wat wil, wij kunnen niet anders. Ik zal
voor uw beschermelingen doen, wat ik kan, en u bij
Robespierre brengen. Saint-Just is juist bij hem; ze hebben
den heelen nacht gewerkt. Wacht hier even, dan ga ik
op de lijsten der veroordeelden eens nazien, wat de Lepel-
letier's misdaan hebben."
Een kwartier later was Lebas weer bij mij en geleidde
my naar Robespierre. Ik sidderde op het gezicht van den
vreeselijken man. En toch toonde zijn geheele voorkomen
meer zachtmoedigheid dan wreedheid, meer welwillendheid
dan hardvochtigheid. Op vriendelijken toon begroette hij
mij met: »Wel, Anatole Mesnard, gij zijt niet veel ver-
anderd; ik herken u nog heel goed."
»Dat verheugt mij, burger Representant!"