Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1894
2e herz. en gew. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2192
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205733
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
altlians menig norsch gelaat werd vriendelijker; maar tocli
konden anderen dezer ruwe kerels zich niet weerhouden op
hun gewone wijze den spot te drijven met alles, wat naar
fatsoenlijkheid zweemde. »Het is een heel heertje," schimpte
de een. »Een rechte aristocraat," lachte een ander. »Zijn
horlogeketting is veel te lang voor een burger," merkte
een derde aan. »Zijn hals is juist geschikt voor de lantaarn,"
grijnsde een vierde. »Neen, net van pas om door het roode
venster te kijken," verbeterde een vijfde. Op die wijze
hield het spotten aan te mynen koste, totdat ik driftig
mijn toegangskaart vertoonde en op verbolgen toon zei: »Ik
verzoek u op te houden met die ongepaste taal; ik gevoel
mij beleedigd ook zelfs in scherts aristocraat genoemd te
worden, en ik vorder dringend bij burger Lebas toege-
laten te worden."
Die woorden maakten indruk. De reus nam mijn kaart
aan, waarvan de stempel hem bekend was, en ging daarmee
een trap op, terwijl ik met angst de toekomst verbeidde.
Het vriendelijke gezicht van Lebas, die een oogenblik
later naar mij toe kwam, verdreef al mijn bezorgdheid.
»Mesnard! gij hier?" riep hij. »0, dat verheugt mij.
Waarmee kan ik u dienen? Zoekt gij een betrekking,
oen leverantie bij het leger? Goed, gy zult ze hebben.
Gij zijt de zoon van eerlijke ouders, en aan zulke men-
schen hebben wij behoefte. Onrecht en bedrog zijn
een gruwel voor de patriotten. Gisteren hebben wij nog
twee schurken naar de guillotine verwezen. Alle bedriegers
moeten sterven." — Hij stak mij de hand toe. en ik
aarzelde ze aan te vatten. Bloed, altijd bloed! Toch moest
ik een kort besluit nemen; ik toonde mij vereerd en deelde
hem in weinige woorden de reden van mijn bezoek mee.
Zijn vriendelijk gelaat werd ernstig bij deze mededeeling.
Hij sloeg de oogen op, somber, strak, en zag mij toen