Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1894
2e herz. en gew. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2192
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205733
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
(Ie kok bijgestaan door boven- en onderkeukenmeiden, buf-
fet-,(schenk- en waschmeisjes; kamermeiden reinigen de ver-
trekken; linnenmeiden zijn belast met de wasch, en een huis-
houdster houdt toezicht over den geregelden gang van zaken.
Onder deze talrijke bedienden heerscht een vaste rang-
orde, waarop elk zich niet minder laat voorstaan dan My-
lord op zijn titel. De bottelier, dat is de opzichter van
den wijnkelder en het zilverwerk, is de voornaamste der
bedienden; hij neemt de eereplaats in aan hun tafel. Op
hem volgt de jockey. Is deze jockey echter een beroemd-
heid zooals Grimshaw, die jaarlijks 12000 gulden loon
krijgt, dan zit hij op de eerste plaats, want de jaarwedde
van een bottelier bedraagt hoogstens 1200 gulden. — Deze
volgorde wordt niet alleen stipt gehandhaafd in de eigen
woning, maar evenzeer, wanneer de bedienden hun mees-
ters op reis vergezellen.
Zoo vertrok eenige jaren geleden een landedelman
met zijn geheele huispersoneel naar Brighton, de duurste
badplaats van Engeland, om daar de zomermaanden door
te brengen. Aan het strand aldaar huurde hij, voor do
bagatel van 200 gulden per week, een geheel huis, dat
natuurlijk elegant ingericht was. Tot nu toe waren zijn
bedienden uitmuntend tevreden geweest; thans staken ze,
als ware het een epidemie, plotseling allen het hoofd op:
zij zeiden allen den dienst op. Eerst kwam de bottelier:
»Mylord, ik vertrek." —• »Aangenomen!" was het laconieke
antwoord. Daarop volgde de koetsier: »Mylord, ik vertrek."
— »Aangenomen!" herhaalde de edelman koel, zonder de
minste verbazing te toonen, of naar de oorzaak te vragen.
Alleen wendde h^ zich Jia het vertrek van den koetsier
tot zijn vrouw en sprak: »Dat komt nu wel mal uit, want
hoe krijgen wij hier terstond een ander: doch ik kan hem
toch niet vragen, te blijven.." — Een oogenblik later trad