Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1894
2e herz. en gew. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2192
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205733
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
9. EEX STAATKUNDIGE MOORD.
Geen daad lieeft op het leren van Napoleon I een zoo
zwarte vlek geworpen als de moord, op zijn last gepleegd
op den hertog van Enghien. Deze, een lid van een prin-
selijk geslacht, had in 't omwentelingsjaar 1789 Frankrijk
verlaten, wel wetende, dat hij, verwant aan de Bourbons,
gerekend werd te behooren tot wat men noemde, »de ver-
dachten." Zeventien jaar oud, vond hij meer vermaak in
reizen en in de jacht, dan in de staatkunde. In 1792 trad
hij in het door zijn grootvader, den prins van Condé, aan
den Rijn gevormde émigranten-corps, een legertje, bestaande
uit émigranten, d.i. uitgewekenen, die gewapenderwijze
zich wilden in 't bezit stellen van de hun door de Revo-
lutie ontroofde bezittingen en rechten. In 1804 ging hij
stil in Baden wonen, waar hij als vergeten burger leefde.
Napoleon, toen nog Eerste Consul, maar even opper-
machtig als ware hij reeds Keizer, had zich in 't hoofd
gezet, dat de hertog betrokken was in de vele aanslagen,
die gesmeed werden tegen 't leven van den Eersten Consul.
Daarom en onder 't voorwendsel van den eisch van 't staats-
belang, moest de hertog sterven. Hij liet den hertog een-
voudig oplichten door 400 gendarmen, wier aanvoerder
hem behandelde als een gemeenen schavuit. Den 15 Maart
1804 gevangen genomen, werd het slachtoffer naar Straats-
burg gebracht en den 18 naar Parijs, waar men den 20
aankwam. Het was hem niet vergund, de hoofdstad bin-
nen te treden, want aan de stadspoort luidde het bevel,
den gevangene naar Vincennes te vervoeren, waar hij in
een onderaardschen kerker werd opgesloten. Nauwelijks
ingeslapen, afgemat en uitgeput van vermoeienis en ont-
bering, werd hij ruw gewekt en gebracht voor een niili-