Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Meppel: H. ten Brink, 1894
2e herz. en gew. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2192
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205733
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de historie: voor de hoogste klasse en de bibliotheek der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
siers en stalknechts uitgenoodigd had. Verwoed over die
vernedering trokken de bedienden zich terug en snelden
naar het paleis, waar zij hun wedervaren aan den Adjudant
van den Vorst meedeelden. Deze, insgelijks vertoornd over
de krenking, welke, naar hij meende, hierdoor zijn Vorst
was aangedaan, gaf dezen nog dien eigen avond kennis
van het voorgevallene, en Hendrik LXXII, die deze recht-
matige handelwijze zijner onderdanen als hoogverraad,
althans als majesteitschennis beschouwde, besloot zich daar-
over gevoelig te wreken. Hij zou toonen, wie gebieder in
Gera was. Onmiddellijk schreef hij een kabinetsorder aan
zijn kanselier met last om het bal, dat op den volgenden
dag na het voortgezette schuttersfeest weer plaats zou -heb-
ben, te verbieden, desnoods met geweld te beletten. Den
volgenden morgen, vroegtijdig reeds, werd de Voorzitter
van het feest op het Raadhuis ontboden, waar hem het
verbod van den Vorst werd meegedeeld. Als een loopend
vuurtje verspreidde zich dit bericht door de stad, en het
grootste deel der bevolking boog moedeloos en onderwor-
pen het hoofd. AVie zou zich tegen den wil van Zijn
Doorluchtige Hoogheid durven verzetten? Een ander deel
der bewoners van Gera echter lachte om dit dwaze verbod
van den A'orst. Ofschoon hij hun Souverein was, daarom
had hij, volgens hen, niets te bevelen over hun uitspan-
ningen en vermaken, zoolang de wetten van het land niet
geschonden werden. »AA^ij gaan," zoo spraken zij, »in een
afgesloten terrein, dat ons eigendom is. Daar springen en
zingen, daar drinken en dansen wij, zooveel het ons be-
haagt: dat kan ons niemand beletten. A\^ij zijn geen slaven,
wij zijn vrije mannen, en derhalve wij gaan, al blijven ook
alle anderen thuis."
Deze taal bezielde de weifelmoedigen en, deels om zich
»niet te laten drillen," deels uit nieuwsgierigheid om te