Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
slaapt, dat er ook ontwaken is, nu zoovele dieren aan den
sluimer toegeven.
Denk ook niet, dat de planten alle slapen gaan. Rondom
ons lokken in het wild groeiende bloemen met geuren en
kleuren de insecten, nu nog in den avond, of juist nu in
den avond. Als met vriendelijke oogen kijken zij ons aan
in de schemering.
Daar, aan den voet van den berkestam en verder
rechts, staat het driekleurig viooltje; aan de andere zijde
bloeit de nachtsilene, die haar witte, bij dag gesloten
bloemen begint te openen. Meer naar links gloeien de
citroengele pluimen van het walstroo. En daartusschen
verheffen zich de bleeke, bladerlooze stengels van de
bremraap, met de geelbruine bloemen. Een vreemd-sombere
verschijning in de plantenwereld, die niet voor niets de
nabuurschap zoekt van het sierlijke walstroo.
Hooger op ziet gij nog eenige krachtige planten tusschen
de lagere kruiden. De groote tuilen van gele bloemhoofdjes
doen ze herkennen als boerenwormkruid.
Aan den rand van deze breede greppel, waar de takken
der lagere berkeboomen in afhangen, groeit tusschen het
gras de eikvaren, die zijn mooie bladeren ook over de
laagte heen buigt.
In deze omgeving komen langzamerhand de nachtdieren
te voorschijn. Door de lucht scheert een nachtzwaluw, op
jacht naar insecten. Avond vlinders en kevers vallen ten
prooi aan dezen eenigszins geheimzinnigen vogel. Zijn
grauw uiterlijk past bij de grauwe schemering, waarin hij
als het ware wegduikt, wanneer hij dicht langs den bodem
vliegt. Met uilen en vleermuizen deelt hij in den slechten
naam, dien alle gevleugelde vrienden der duisternis zich
moeten laten welgevallen; ook deze verdient evenmin in
zulk een kwaad gerucht te staan als zijn lotgenooten.