Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
Aan den voet der duinen.
Achter golvende duinen en golvende zee,
Waar de zonnebrand dooft in de bruisende baren.
Hier het zingende zuchtje, dat suist door de blaren
Als een verre muziek van vertrouwen en vree;
Hier het komende duister, dat schuilt onder 't loof.
Hier de grauwende avond, die droomen doet komen;
En geheimnisvol klinken in schaduw der boomen
De geluiden, die leven beduiden — en roof!
(*)
Over de duinen zendt de westelijke hemel het avondlicht.
De zon zonk weg in de zee, ongetwijfeld met al den gloed
en de kleuren, die ons, op een duintop gezeten, zouden
verblinden en van bewondering stom doen zijn.
Hier aan de binnenzijde van de duinenreeks zien wij
de lucht als lichtend parelmoer boven de donkergrauwe
hoogten. De valleien hullen zich in schemering; waar
ruigte of struiken de schaduwen verdiepen, vormen zich
donkere partijen, afwisselend met de geelwitte plekken,
waar het zand door geen plantengroei werd overdekt.
Links, en vóór ons, strekt zich de wisselende glooiing
uit van het duinlandschap; rechts gapen de donkere ope-
ningen van het bosch, waarvóór de zilverstammen der
berken als schildwachten de ingangen schijnen te bewaken.
Zachtjes bewegen hun bladeren zich — slingerend aan
dunne bladstelen — in den avondwind, en hun geritsel
paart zich aan het vage, verre geruisch der onzichtbare zee.
Andere geluiden, voortkomende uit het bosch, uit de
lage struiken of het gras, klinken als zachte geheimzinnige
tonen in ons oor, als zoovele bewijzen, dat nog niet alles