Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
In fig. I wijzen we achtereenvolgens op de lange kaken
met het snuitbeentje, dat de bovenkaak verlengt, en dat
in werkelijkheid — fig. I is 3 X vergroot — slechts eenige
mM. lang is. Voorts op het sabelvormige schouderblad,
dat een eind boven ribben en wervels uitsteekt. Van het
hoogste punt loopen drie spieren achtereenvolgens naar
schedel, rugwervels en ribben, waarvan de laatste twee,
bij samentrekking, het schouderblad achteroverhalen, waar-
door met een gelijktijdige samentrekking der eerste spier,
de kop met kracht wordt ingetrokken. Ook wijzen we op
de betrekkelijk hooge kam, die het borstbeen draagt, voor
de inplanting der spieren.
De voorpoot komt het beste uit in fig. II. Daar vinden
we achtereenvolgens het korte, stevige sleutelbeen b, waar-
aan het korte, dikke, onregelmatig gevormde opperarmbeen
d aansluit. Samen met het borstbeen beschermen ze de
borstkas. Spaakbeen (/) en ellepijp zijn buitengewoon
stevig en zwaar, vooral de laatste. Nu komt de sterk in
de breedte ontwikkelde hand met de breede, stevige graaf-
nagels. Naast den duim ligt boogvormig gekromd het
sikkelbeentje (g), een uitgegroeid handwortelbeentje, dat
het „handje" van den mol nog breeder maakt.
De overige skeletdeelen hebben geen verdere toelichting
noodig.