Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
lange spoor van het onderste kroonblad, waarin de draad-
vormige aanhangsels hangen van twee der vijf groote
helmknoppen, die dan honing produceeren. Ook de stamper
is het bekijken waard met het dikbuikige vruchtbeginsel,
den dunnen stijl, die als een halsje boven de helmknoppen
uitkijkt, om daarna op te zwellen tot een dik bolletje,
waarin een kleverige holte den stempel vormt.
Kinderen hebben altijd plezier in het uitkleeden van het
viooltje, vooral als men daarbij vertelt, hoe het groote,
onderste kroonblad een stiefmoeder voorstelt, prachtig
gekleed en zittende op twee stoelen (kelkblaadjes), de
twee zijwaarts staande bladeren de eigen dochters, ook al
in 'n keurig gewaad en ieder op een stoel, terwijl de
beide bovenste, éénkleurige kroonbladeren de stiefdochters
zijn, in haar eenvoudig gewaad, die zich samen met één
stoel moeten vergenoegen. De stamper is de vader van
het gezin met zijn bruingekraagden mantel (de meeldraden)
en zijn dunnen hals (de stijl), terwijl zijn beenen (de beide
aanhangsels der helmknoppen) in de provisiekast (de spoor)
hangen. Vroeger heeft de stiefmoeder bovenaan gezeten,
maar tot haar straf is de bloem omgekeerd. De man heeft
uit verdriet over het getwist in zijn gezin een kaal hoofd
gekregen (de stijlkop) en durft zich alleen nog maar in
zijn geheel vertoonen, als de anderen uitgegaan d. i. als
de kroonbladeren afgevallen zijn.
Bekend is voorts, hoe een klein verhevenheidje (klepje
of walletje), dat later verschrompelt, den stempel aanvan-
kelijk beschermt tegen eigen stuifmeel, als de insectentong,
die om den honing te bereiken de helmknoppen moet
opduwen, bepoederd uit de bloem gehaald wordt: met een
grassprietje is het gemakkelijk na te doen.
De driekleppige doosvrucht schiet de gladde zaadjes
zelf weg, als de kleppen zich een voor een samenvouwen.