Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
zoo ongeveer tegen 'n uur of acht. Tot zoolang blijven
de kroonblaadjes nog saamgevouwen en de bloem is dan
net een kogeltje met spleten. Van de vijf bloemen, die de
plant op onze plaat draagt, zijn er twee geheel geopend,
drie nog in de daghouding. Na het uitspreiden der kroon-
blaadjes verspreidt de bloem een zoeten, zachten geur en
lokt de bestuivende insecten, in verband met den diep-
liggenden honing: nachtvlinders, 's Morgens zeer vroeg
sluiten de bloemen zich; de kroonblaadjes krullen om en
laten alleen de onaanzienlijke, vuilachtige onderzijde zien,
zoodat de bloem verdord schijnt. Maar den tweeden avond
herhaalt zich de geschiedenis weer en opnieuw prijkt de
bloem in haar smetteloos witte pracht. Nog eenmaal gebeurt
dit en dan is het met het bloemeleven gedaan. Drie nachten
heeft de bloem dus geschitterd: den eersten nacht hebben
de vijf buitenste meeldraden zich uitgespreid en stuifmeel
afgegeven, den tweeden was het de beurt der vijf andere
meeldraden, terwijl in haar laatsten levensnacht de stempels
rijp waren en het stuifmeel konden opnemen, dat van haar
jongere zusters afkomstig was. Zonder insectenbezoek in
den laatsten nacht is vruchtvorming onmogelijk: deze bloem
hangt geheel van de bestuivers af.
Het driekleurig viooltje op het midden onzer plaat
valt dadelijk in het oog. Zoo algemeen is dit in onze
duinen, dat we het gerust duinviooltje zouden kunnen
noemen. En niet alleen vinden we het daar overal, maar
ook heel lang: het bloeit van April tot het najaar. De
bloemen kunnen nogal in grootte varieeren en vertoonen
allerlei kleurschakeeringen in paars, geel en wit, hoewel
ook wel viooltjes voorkomen, die in hoofdzaak twee- of
eenkleurig zijn. Maar sierlijk zijn de kroonbladen altijd met
de fraaie honingmerken, vaak als violette strepen, en de