Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
immers de ontwikkelde plant heeft wortel noch blad. Wel
ligt er een kleine hoeveelheid voedsel in opgetast, waardoor
er een dun draadje uit groeien kan. Maar dit heeft alleen
resultaat, als er zich een walstroowortel in de nabijheid
bevindt, die voor het draadje bereikbaar is. Soms moet het
heel lang daarop wachten en in veel gevallen zal die gele
genheid wel nooit komen, zoodat het zaadje sterft. Kan
het echter zoo'n wortel vinden, dan is het gered. Het legt
er zich tegen aan, ontwikkelt zich verder en groeit ermede
samen. Er ontstaat op den aangetasten wortel een gezwel
door de prikkeling van den indringer. Nog meer zuig-
wortels zendt de parasiet uit, trachtende nog meer wal-
stroowortels te bereiken. Uit het zoo weggehaalde voedsel
vormt zich de dikke knol vol reservevoedsel, waaruit de
bovenaardsche bloeistengel opschiet. Daarom kunnen de
laatste bij bremrapen zoo sterk in grootte verschillen: de
meerdere of mindere ontwikkeling van dien bloemstengel
hangt toch af van het aantal wortels, dat de parasiet
bereiken kan.
Hoe de plant aan den naam bremraap komt, is wel te
verklaren. Er is namelijk een soort, die inderdaad op brem
woekert en een sterk opgezwollen onderaardsch deel heeft,
dat op een raap gelijkt.
Moge de bremraap ook interessant zijn, sympathiek is
de plant ons niet. De fraaie witte bloemen, dicht tegen
den zwaren berkestam aan, zijn van een plant, die, zij het
ook om een andere reden, even belangwekkend is, zonder
daarnaast minder goede eigenschappen te bezitten, 't Is
de nachtsilene (Silene nutans); ook een echte duinplant,
maar die lang niet zoo veelvuldig wordt aangetroffen als
boerenwormkruid en walstroo. De schitterend witte kroon
bestaat uit vijf blaadjes, die zoo diep gespleten zijn, dat
het tien slipjes lijken. Ze opent zich steeds des avonds,