Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Tvier nabijheid ze staan. We hebben hier nameliji< te doen
met een woekerplant en wel met de bremraap. Wat we
voor ons zien, zijn exemplaren van de meest algemeene
soort, de Walstroobremraap (Orobanche caryophyllacea).
Zoo'n woekerplant neemt zelf geen voedsel op uit bodem
en lucht, zooals de gewone planten doen, maar onttrekt
dit eenvoudig aan een andere plant, ten koste van wie ze
dus eigenlijk leeft. De organen, die een plant voor de
voedselbereiding noodig heeft — de wortels en de groene
deelen — zijn hier overbodig: wel is een orgaan noodig,
waarmede de woekerplant haar slachtoffer kan aanvallen
en uitzuigen. Bloemen en vruchten zijn heel gewoon —
ook hier.
We zien dus 'n onvertakten stengel, vuilbruin of geel-
achtig, die geen groene bladeren, maar enkel geelbruine
schubben draagt; die schubben gaan naar boven over in
schutbladen, in de oksels waarvan de vrij groote bloemen
staan. Deze hebben het lipbloemen-type, met 2 korte en
2 lange meeldraden. Ze bezitten ook honing en worden
wel door insecten bezocht. Bij bestuiving ontwikkelt zich
een met klepjes openspringende doosvrucht, die de stof-
fijne zaadjes uitstrooit. Graven we de plant uit om naar
den wortel te zoeken, dan blijkt ons, dat de stengel van
onderen eindigt in een dik gezwel, dat bedekt is met
vleezige schubben, die als dakpannen over elkaar liggen
en dat geheel samengegroeid is met het wortelstelsel van
de ongelukkige plant, die het voedsel voor de forsche
parasiet mag leveren.
Interessant is het wel, de ontwikkelingsgeschiedenis van
zoo'n bremraap eens na te gaan. De volwassen woeker-
plant strooit haar zaden in reusachtige hoeveelheid uit. En
dat mag ook wel, want van de meeste komt niets terecht.
Zoo'n zaadje heeft geen kiem met pluimpje en worteltje: