Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
De Planten.
De hoofdplaat verplaatst ons naar den duinvoet, waar
de bodem niet meer bestaat uit het rulle zand, maar
vochtiger en humusrijker is. Tengevolge daarvan treedt
er een meer weelderige vegetatie op, de heerlijk mooie
duinflora.
Rechts ligt het begin van een boschje, dat uit berken
bestaat. Zoo zijn er veel in de duinen. Aangeplant of uit
de natuur? 't Is moeilijk te zeggen, maar zeker is het, dat
de boomen met hun zilverig witte stammen de schoonheid
van het duinlandschap verhoogen. De stamteekening maakt
berken altijd gemakkelijk herkenbaar. De buitenste schors-
laag is witachtig als mat zilver, hier en daar rose getint,
glad als schrijfpapier en schilfert af in perkamentachtige
lagen. Bij oudere exemplaren, zooals den boom op den
voorgrond, ontstaan hier en daar spleten in de schors.
De katjestijd is nu voorbij. Geen bungelende meeldraad-
katjes meer, hangende aan de lange, slanke, sierlijke takken,
noch twijgen met de fijngevormde, cilindrische stamper-
katjes, als dunne kaarsjes op 'n kerstboom. In plaats
daarvan zijn de vruchtkatjes gekomen, die hier en daar
uitkomen tusschen de sierlijk gepunte bladeren aan de
lange, elastische bladstelen en die de tweevleugelige dop-
vruchtjes zullen uitstrooien in den wind.
Links van den voorsten berk zien we een mooi stukje
der duinflora. De achterste planten, waarvan er enkele als
eenzaam uit den bodem verrijzen, zijn exemplaren van het
boerenwormkruid (Chrysantemum vulgare), dat zijn
eigenaardigen naam waarschijnlijk dankt aan de omstan-
digheid, dat bloemhoofdjes en bladeren nog steeds als
wormafdrijvend middel worden gebruikt. Forsche planten