Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
De Nachtzwaluw.
De vogel, links op de hoofdplaat, die in snelle vlucht
het berkenboschje nadert, is een nachtzwaluw (Caprimulgus
europaeus). Dit zonderlinge dier, dat feitelijk met onze
zwaluwen weinig te maken heeft, werd vroeger tot de zang-
vogels gerekend, maar tegenwoordig wel bij de schreeuw-
en klimvogels ingedeeld. Het draagt bij ons ook wel de
minder artistieke namen van geitenmelker of vliegende pad.
Den eersten naam heeft het te danken aan een sprookje,
dat nog uit de oudheid dateert: geitenmelkers vliegen in
de stallen en zuigen de uiers der geiten uit, waardoor
deze blind worden!
Algemeen in ons land zijn ze nergens, en goed bekend
evenmin. Misschien komt dit laatste doordat ze overdag
meest slapen en dus alleen 's avonds en in den vroegen
morgen goed zijn waar te nemen. Opvallend door felle
kleuren is de vogel evenmin. De veeren vertoonen een
complex van vlekken en strepen, grillige krullen en dwars-
teekeningen, waarin grauw met donkere tinten hier en
daar de overhand heeft, zoodat het zittende dier een har-
monisch geheel vormt met de omgeving van zand, mos,
verdorde grassprietjes enz. en op korten afstand reeds
onzichtbaar is.
Hier in de duinen, waar overvloed van groote vliegende
insecten, vlinders en kevers, te vinden is, jaagt hij bij
voorkeur. In een reeks van snelle en onhoorbare wen-
dingen, onhoorbaar door de niet dicht aaneensluitende
vederen, doorklieft hij de lucht, waarbij hij een eigenaardig
knorrend of ratelend keelgeluid doet hooren; dan weer
schijnt hij geheel stil te staan, te ,,bidden" zooals de tech-
nische term luidt, om plotseling op de vliegende kevers