Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
zeggen of van een plaatje, maar spitsmuizen, daarvan
heeft men nog nooit gehoord! Komt dit wellicht, omdat
er uit het leven van deze dieren veel minder interessante
dingen te vertellen zijn, dan van egel en mol?
Ongetwijfeld is er na de bespreking van mol en egel
van de spitsmuis niet heel veel meer te zeggen, 't Zijn
bijna dezelfde kenmerken, dezelfde levenswijze, hetzelfde
voedsel, 't Meest lijkt het diertje nog op den mol, zonder
evenwel de typische eigenschappen te bezitten, die met
diens onderaardsche levenswijze in verband staan. Zoo is
de gewone spitsmuis vrij klein — ongeveer 7 cM. — met
een gladde, fluvveelen, gedeeltelijk donkerbruine, gedeeltelijk
grijze pels. 't Diertje heeft een even scherp gebit als de
mol en gebruikt evenmin ooit plantaardig voedsel. Wel
verslindt het in groote hoeveelheden allerlei insecten en
wormen en valt zelfs muizen en kikvorschen aan. 't Is
even vraatzuchtig als de mol en kan evenmin lang buiten
voedsel, 't Houdt ook geen winterslaap en is even onge-
zellig en eenzelvig van aard.
Door zijn bovenaardsche levenswijze nadert de spitsmuis
eenigszins den egel. 't Is ook een nachtdier, dat zich
overdag schuil houdt in muizengaten, mollengangen of in
zelf gegraven holen. Het bezit evenals de egel uitwendige
oorschelpen en niet het typische graaftoestel van den mol,
maar gewone korte pootjes met scherpe nagels.
Spitsmuizen verschillen van de beide overige insecten-
eters door hun meer slanken lichaamsvorm en ook door
hun verdedigingsmiddel tegen grootere en sterkere vijanden.
Heeft de mol daarvoor zijn onderaardsche woning met het
doolhof van gangen, de egel zijn stekelig pantser, de spits-
muis bezit in de liesstreek de stinkklieren, die een op muskus
gelijkenden geur aan het dier geven, zoodat het vrijwel
oneetbaar is en dus meestal met rust gelaten wordt.