Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
geleid, dat egels soms als muizenvangers gehouden werden,
zooals men dat doorgaans een kat doet. Dat gaat heel
goed, alleen zijn knorrend geluid en de minder aangename
geur, dien hij kan verspreiden, maken hem minder geschikt
voor het vertoeven in onze kamers. In pakhuizen, schuren
en dergelijke inrichtingen is hij echter zeer op zijn plaats.
Gemakkelijk went hij aan den mensch en roept dan minder
vaak zijn verdedigingstoestel te hulp. Allerlei keukenafval
eet hij gaarne en vooral melk is een lekkernij voor hem.
In het voorgaande hebben we egel en mol reeds ver-
geleken met elkaar, wat betreft grootte, gebit, voedsel.
Zetten we die vergelijking voort, dan blijkt de egel evenals
de mol de kenmerken van een graaf dier te hebben: de
sterke lengteontwikkeling der kaken, waardoor de kegel-
vormige wroetsnuit ontstaat, de korte van scherpe nagels
voorziene graafpootjes. Toch blijkt ook weer uit alles, dat
de egel niet geschikt is om iti den grond te graven als een
mol, maar al gravende aan de oppervlakte moet blijven.
De huidbedekking bewijst dit reeds; voorts de uitwendige
oorschelpen, de onbeschermde oogen, de afwezigheid van
'n inrichting om neus, oor en bek af te sluiten.
Mollen kunnen 's winters dieper gelegen lagen opzoeken,
egels niet. En waar er dus gebrek aan 'n voldoende hoe-
veelheid voedsel dreigt, is een winterslaap noodzakelijk.
Deze duurt ongeveer van November tot April; het winter-
nest ligt liefst in een flinken bladerhoop, zoo goed mogelijk
verborgen onder struiken. In het voorjaar na den winter-
slaap leven egels slechts zeer korten tijd samen: 't is hier
al net eender als bij den mol en de oorzaak voor deze
eenzelvigheid is vrijwel dezelfde. De jonge egeltjes worden
des zomers in het nest van het wijfje geboren, dat nu
bijzonder zacht is gemaakt met bladeren en mos en zoo