Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
om op die manier het afgevallen ooft op de stekels te
spietsen en zoo gemakkelijk weg te dragen. Op dezelfde
manier zou hij zich het materiaal voor zijn winternest ver-
schaffen, dorre bladeren vooral, door zich in die bladeren
rond te wentelen en ze zoo op te prikken. Door verschil-
lende schrijvers wordt dit sterk betwijfeld en ook ons
komt het zeer ongeloofwaardig voor. Hoe zou, vragen ze
terecht, de gelukkige bezitter van al dat ooft van zijn
buit kunnen genieten ? Noch met de pooten, noch met
den snuit kan hij den rug bereiken om de vruchten af te
stroopen. Opzettelijk zijn eens wat aardappelbessen op
de pennen van een egel gestoken en dagen daarna liep
het dier er nog mee!
Nog over een andere merkwaardigheid uit het egelleven
is wel eens gestreden: is het dier inderdaad ongevoelig
voor slangengif.? Velen beweren het en het feit, dat egels
steeds adders aanvallen en zich niet bekommeren om de
gevaarlijke beten van die reptielen, is boven allen twijfel
verheven. Treft een egel een adder aan, dan grijpt hij
onmiddellijk het dier aan, tracht het zoo snel mogelijk
achter den kop aan te vatten en dood te bijten. De slang
wordt daarna verslonden, maar dat is het gevaarlijke niet:
het gif werkt alleen, als het in het bloed komt, niet in
het darmkanaal. Andere waarnemers verklaren nu, dat een
egel, die door de slang gebeten werd, toch niet geheel
immuun bleek te zijn, al bezat hij blijkbaar in dit opzicht
veel grooter weerstandsvermogen dan andere dieren. Het
dier werd namelijk gebeten in de mondhoeken en de
tong en als gevolg daarvan werd het ziek, doch herstelde
spoedig. Bij onderzoek bleek toen, dat de hoeveelheid gif,
voldoende om een dier evengroot als de egel te dooden,
vertiendubbeld moest worden om den egel alleen ziek te
maken. Ook ander vergif verdragen egels veel gemakkelijker