Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
lp eener
rdt aan-
fc':-rbBte5 S:&8olr:is5üiii
stekelpennen woifcen verborgrnr Dit ka» ^p^t behi
huidspier, welke Bü geen ander inïands^^ dier ^
getrofifen. Fig. VI der bijplaaF "stelftrn opgc^olden egel
voor, die van zijn huid is ontdaan en waar dus bedoelde
spier goed is te zien.
De huidspier is bijzonder sterk en ligt vlak onder de
huid, waarin de stekelpennen geplant zijn, en waarmede
ze ook verbonden is. Vooral de buitenrand van de spier
is bijzonder dik. Wil de egel zich oprollen, dan bewegen
door afzonderlijke spieren kop en staart zich naar elkaar
toe en de pooten worden o;ider den buik dicht bij elkaar
gebracht. De randen der huidspier trekken zich vervolgens
sterk samen, zoodat ze elkaar aan de onderzijde van het
lichaam bijna raken. Het geheele lichaam is nu verscholen
onder het stekelig pantser, dat er als een stolp op staat.
Bij ontrolling trekken de meer naar het midden gelegen
deelen der spier zich samen, terwijl de dikke randen zich
ontspannen. Daardoor worden de buik met de pooten en
de zijden van het lichaam zichtbaar. De spier ligt nu op
den rug van het dier als een dikke kring. Tegelijk trekken
andere spieren kop en staartgedeelte weder in den nor-
malen stand.
Hoe mooi dat verdedigingstoestel ook werkt, toch helpt
het niet altijd. Honden en uilen durven den opgerolden
egel wel aanvallen, ondanks de afwerende stekels; vossen
weten, naar men wel beweert, den egel tot ontrollen te
dwingen door hem een onwelriekend bad toe te dienen,
en ook een stortbad of een flinke waterstraal heeft vaak
hetzelfde resultaat.
Dikwijls wordt verteld, hoe de egel zijn stekelpennen
nog in een ander opzicht nuttig weet te gebruiken. Hij
zou zich namelijk in boomgaarden, waar vaak veel afge-
waaid, onrijp fruit op den grond ligt, op den rug omwentelen