Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
een kistje een paar levende mollen gebracht met de bood-
schap, of meester die nuttige dieren dan maar in zijn eigen
moes- en bloemtuin wilde zetten. Als de man het gedaan heeft,
geloof ik niet, dat hij er veel plezier van gehad zal hebben.
Ongetwijfeld kunnen mollen zeer schadelijk zijn. Aard-
wormen, die in groote massa's door mollen gegeten worden,
zijn van groot belang voor den landbouw. Bij het graven
hunner tallooze fijne gangen maken ze den bodem los en
poreus, waardoor lucht en vocht vrijen toegang tot het
wortelstelsel krijgen. Allerlei in den bodem aanwezige rot-
tende plantendeelen passeeren hun darmkanaal, waardoor
ze als 't ware den bodem fijn maken, omwerken en naar
boven brengen, het rottingsproces bevorderen en zoo een
groot aandeel hebben in de omzetting der doode orga-
nische stoffen, de vorming van humus. En waar nu de
aardwormen in den bodem nooit schade van eenige betee-
kenis aanrichten, kan het verdelgen ervan op groote schaal
den mol moeilijk als iets goeds aangerekend worden.
Dan komt het graven in den bodem, waardoor deze,
als er veel mollen aan 't werk zijn, in alle richtingen
doorkruist wordt door talrijke tunnels. Dijken worden op
die manier verzwakt en mollen kunnen daar niet geduld
worden, al moeten we erkennen, dat hier niet alleen de
mol de schuldige is: ook waterratten doen mee aan het
doorgraven onzer waterkeeringen. Al is het zeker, dat de
mol nooit planten als voedsel gebruikt, bij het omwoelen
van den bodem worden kleine plantjes, kiemplantjes bijv.,
omgeworpen en sterven dan in de meeste gevallen af
Vooral in het voorjaar, bij droog, schraal weer, kan er in
groentenbedden door den mol heel wat bedorven worden.
Dit klemt nog te meer, wijl in moestuinen nog al eens
veel mollen zijn, aangelokt door de talrijke aardwormen,
een gevolg van de rijke bemesting.