Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
bij het loopen met de duimen op den grond moet steunen.
De verschillende skeletbijzonderheden, die hiermede in
verband staan, bespreken we later nog wel bij de behan-
deling der bijplaat. Daarbij blijkt dan tegelijk, dat de
achterpooten, de ,,voortschuivers" geen noemenswaardige
afwijkingen in bouw vertoonen.
Wat is nu het voedsel van den mol? Hoe vaak hierover
vroeger getwist moge zijn, hoe dikwijls men eertijds het
dier beschuldigd heeft van het aanvreten van planten, nu
kan die zaak wel als uitgemaakt beschouwd worden:
mollen gebruiken uitsluitend dierlijk voedsel. Hoewel eigenlijk
het gebit van het dier dit reeds voldoende uitwijst, zijn
ten overvloede nog tal van proeven genomen, die onver-
anderlijk hetzelfde resultaat gaven. Maagonderzoek heeft
nooit anders dan dierlijke resten aangetoond. Opgesloten
mollen bleken wel in het leven te houden te zijn met
allerlei dieren, maar stierven vrij snel onverbiddelijk, zoodra
hun uitsluitend plantaardig voedsel werd verstrekt. Nooit
werd daarbij eenig plantendeel zelfs maar aangebeten. Dit
is niet waargenomen door één, maar door talrijke onder-
zoekers. Bij die verschillende proeven bleken nog meer
dingen. Eerstens welke dieren de mol in vrijen staat tot
voedsel gebruikt. Dit waren in hoofdzaak aardwormen en
allerlei larven als engerling, ritnaald, emelt; voorts aard-
rupsen, duizendpooten, veenmollen, in 't kort dus zoowat
alles, wat in den grond wroet en leeft. Werd de mol in
gevangenschap gevoed, dan trof het iederen waarnemer
voorts, welke enorme hoeveelheden voedsel noodig waren.
Fransche onderzoekers vonden, dat een mol in 4 dagen
432 engerlingen en 250 aardwormen gebruikte; vervolgens
in 12 dagen 872 engerlingen en 540 aardwormen. Ook
was voeding met rauw vleesch mogelijk, maar dan niet
weinig; ook met kikvorschen, waarvan er in 24 uren 8