Boekgegevens
Titel: Dieren in hun omgeving
Deel: In ons land Insecteneters / door J.W. Boerman en K.M. Knip
Auteur: Boerman, J.W.; Knip, K.M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters' U.M, 1915 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2049
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205720
Onderwerp: Biologie: Vertebrata: algemeen
Trefwoord: Insecteneters, Gidsen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Dieren in hun omgeving
Vorige scan Volgende scanScanned page
voorschijn halen. Een en ander uit den lichaamsbouw wijst
hier op: als graaf dieren hebben ze steeds korte pootjes
met graafnagels, goed ontwikkelde sleutelbeenderen, wat
bij de graafbeweging wel noodig is, een spits toeloopenden
kop, in welks uiteinde een fijn ontwikkeld tastgevoel zetelt.
Mollen.
Links op den voorgrond onzer hoofdplaat, op een kaal
plekje in de overigens welig begroeide duinpan, is een
mol bezig met het verslinden van een aardworm. Hoewel
op den achtergrond de duinen zich verheffen, zijn we hier
niet meer op den schralen, drogen zandgrond. De bodem
is hier vochtiger en vetter, nog wel los, maar meer rijk
aan humus: in de kale, zandige duinen ontbreekt het
voedsel voor een mol en dus ook het dier zelf
Mooi en sierlijk is de mol allesbehalve. Het rolronde
lichaam heeft wel iets weg van een volgestopte worst,
waaraan de in verhouding tot de overige lichaamsdeelen
veel te groote en breede handjes hangen. Beslist mooi is
alleen de zachte, glanzende, fluweelachtige pels, die, meestal
zwart, toch soms nog kleurvariaties vertoont en dan naar
't bruin, blauw of grijs zweemt. Nooit blijft er aarde in
kleven, hoe lang het dier ook onder den grond vertoeft.
Bij het bekijken van het mollelichaam moeten we steeds
denken aan wat ons bij zoovele dieren, maar in 't bijzonder
hier, treft: de prachtige overeenstemming tusschen lichaams-
bouw en levenswijze. Door de aarde heenglijden is heel wat
moeilijker dan zich bewegen door de lucht of door het
water. Bij den mol is alles daarop ingericht; hier is het pro-
bleem opgelost: hoe kan het lichaam aan de weerbarstige