Boekgegevens
Titel: Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Deel: Tweede stukje getallen van 1-100
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2344
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205711
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
18. In een tuin stontlen 18 appelboomen. Daarvan werden er
9 omgehakt. Men zette er 6 jonge appelboomen voor in de plaats.
Hoeveel appelboomen stonden er toen in dien tuin?
19. Pieter kocht voor een stuiver pennen, vooi' (i cent papier
en een potlood voor 7 cent. Hij betaalde 2 dubbeltjes. Hoeveel
cent kreeg hij terug ?
20. Mietje kocht 2 prenteboekjes. Elk boekje kostte 8 cent.
Hoeveel cent moest zij toen betalen?
1. Als Jan eiken dag 1 cent spaart, hoeveel centen spaart
hij dan in 2 weken?
2. Hoeveel pooten hebben 2 bijen samen ?
3. Geirit is 9 jaar oud. Willem is 2 maal zoo oud. Hoe-
veel jaar is Willem ouder dan Gerrit?
4. Een timmermansknecht verdient elke week 6 gulden. Hoe-
veel gulden verdient hij in 2 weken?
5. Hoeveel centen is evenveel als 2 stuivertjes?
6. Hoeveel teenen hebben wij aan beide voeten?
7. Twee jagers schoten op een dag ieder 7 hazen. Hoeveel
schoten zij er samen op dien dag?
8. Pieter kocht 2 ballen van 9 cent het stuk. Hoeveel moest
hij daarvoor nog meer betalen dan 3 stuiver?
9. Hoeveel pooten hebben 3 koeien te zamen?
10. Eene vrouw moest in eene school 3 kachels aanleggen. Zij
deed in elke kachel 3 turven. Hoeveel turven had zij toen gebruikt?
11. Jan, Klaas en Hein hebben ieder 6 knikkers. Hoeveel
knikkers hebben die jongens te zamen?
12. Een heer wandelt eiken dag 2 uur. Hoeveel uur wandelt
hij zoodoende in eene week?
13. Negen paar schoenen, hoeveel schoenen zijn dat?
14. Hoeveel handen hebben 8 jongens meer dan 5 jongens?
15. Miena had 4 stuivertjes. Zij wisselde die voor centen.
Hoeveel centen kreeg zij toen?