Boekgegevens
Titel: Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Deel: Tweede stukje getallen van 1-100
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2344
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205711
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
11. Eene naaister heeft 12 knoopen. Zij moet er 20 hebben.
Hoeveel moet zij er dan bij koopen?
12. Hoeveel centen moet men bij 3 stuivers doen , om 2 dub-
beltjes te hebben?
13. Een jager zag 16 wilde eenden. Hij schoot er 4 van
dood. Hoeveel eenden kreeg hij er niet van?
14. Dorus heeft 13 centen. Zijne moeder geeft hem er zoo-
veel centen bij, dat hij ^ist 4 stuivers rijk is. Hoeveel centen
krijgt hij van zijne moeder?
15. In een doosje waren 19 spelden. Er weerden er 7 uit-
genomen. Hoeveel waren er toen nog in?
16. Piet had 18 centen. Hij kocht een bal voor een stuiver.
Hoeveel centen had hij toen nog?
17. Eene koopvrouw had 20 eieren. Jans moeder kocht er
6 van. Hoeveel eieren had de koopvrouw toen nog?
18. Dirk zette 20 streepjes op zijne lei. Toen veegde hij er
8 van uit. Hoeveel stonden er toen nog?
19. Jan had 2 dubbeltjes. Hij kocht voor een stuiver noten.
Hoeveel cent had Jan toen nog?
20. Frederik moest 18 bloempotten naar zijne tante brengen,
maar hij liet er onderweg 5 vallen en die waren stuk. Hoeveel
waren er nog heel?
1. Frans had 8 centen. Zijne moeder gaf hem er nog een
stuiver bij. Hoeveel cent had hij toen?
2. Kees is 9 jaar oud. Zijne zuster Betje is 6 jaar ouder.
Hoe oud is Betje?
3. Willem had in zijne linkerhand 7 en in zijne i'echter
4 griffels. Hoeveel had hij er in beide handen?
4. Dirk heeft 6 knikkers. Hij speelt en wint er 9. Hoeveel
knikkers heeft hij nu?
5. Hoeveel dagen verloopen er van Zondag tot Donderdag in
de volgende week?