Boekgegevens
Titel: Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Deel: Tweede stukje getallen van 1-100
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2344
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205711
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
O ._ , »

10-20.
1. Frans kreeg van zijn vader een dubbeltje en van zijne
moeder 6 centen. Hoeveel cent kreeg hij toen van zijne ouders?
2. Klaas is 40 jaar oud. Zijn broer Koos is 5 jaar ouder.
Hoe oud is Koos?
3. Eene vrouw kocht 10 witte en 8 roode kooien. Hoeveel
kooien kocht zij toen?
4. Piet had 44 knikkers. Hij speelde en verloor er 4. Hoe-
veel knikkers had hij toen nog?
5. Jansje kreeg van hare moeder 18 cent mee, om eene bood-
schap te doen. Toen Jansje in den winkel kwam, zag zij, dat
zij een dubbeltje verloren had. Hoeveel cent had zij nog?
6. Hendrik heeft 47 pruimen. Hij geeft er zijn zusje Diena
7 van. Hoeveel heeft hij er nu zelf nog?
7. Gerrit koopt een boekje voor een dubbeltje, eene liniaal
voor een stuiver en voor 4 cent papier. Hoeveel cent moet hij
nu betalen?
8. Hein had 13 knikkers. Hij speelde met Frans en won
er 5. Hoeveel knikkers had Hein toen?
9. Hoeveel centen is evenveel als 3 stuivers en 3 centen
samen ?
10. Willem wilde een mesje koopen. Hij had een dubbeltje
en 7 centen bij zich, maar de koopman vroeg 2 dubbeltjes voor
het mesje. Hoeveel cent kwam Willem te kort?
1*