Boekgegevens
Titel: Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Deel: Tweede stukje getallen van 1-100
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2344
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205711
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
37. Piet maakt eiken dag 5 sommen. Hoeveel maakt hij er
dan in 3 weken?
38. Klaas heeft 3 kwartjes. Hij koopt een boek voor 8 stuiver.
Hoeveel cent houdt hij over?
39. Jan en Piet hebben elk 35 knikkers, Kees heeft er 40.
Hoeveel hebben Jan en Piet er samen meer dan Kees alleen?
40. Als 5 L. melk 8 stuiver kost, hoeveel cent kost dan 3 L.?
41. Hoeveel stuivertjes is evenveel als een halve gulden, een
kwartje en een dubbeltje samen?
42. Diena weegt 31 pond. Miena is tweemaal zoo zwaar.
Hoeveel pond wegen zij samen ?
43. Een veerman zette op een morgen 29 personen over en
van ieder ontving hij 3 cent. Hoeveel cent ontving hij ?
44. Zeven jongens verdeelen 70 cent, een kwartje en een
dubbeltje gelijk. Hoeveel cent krijgt ieder?
45. Eene juffrouw kocht 48 el linnen, om er hemden van te
maken. Zij had voor elk hemd 4 el noodig. Hoeveel hemden
kon zij nu maken?
46. Later kocht zij 84 el linnen, om er ook zulke hemden
van te maken. Hoeveel kreeg zij er nu?
47. .\ls een dozijn knoopen 24 cent kost, hoeveel kosten dan
48 van zulke knoopen?
48. Een timmerman had 96 planken. Hij gebruikte er de
helft van voor eene schutting en latei' 16 voor een vloer. Hoe-
veel had hij er toen nog?
49. Hoeveel L. olie gebruikt eene vrouw in 10 weken, als
zij eiken avond een hal ven liter noodig heeft?
50. Betje kocht een pond suiker voor 32 cent en 4 pond
rijst. Zij moest 80 cent betalen. Hoe duur was een pond rijst?