Boekgegevens
Titel: Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Deel: Tweede stukje getallen van 1-100
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2344
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205711
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
8 potlooden van 9 cent het stuk. Wie van beiden moest het
meeste geld betalen?
6. Hoeveel kost 9 L, olie van 9 cent den L. ?
7. Een heer gaf aan 8 jongens ieder 8 noten. Hoeveel noten
kregen die jongens samen van hem?
8. Hoeveel dagen zijn er in 8 weken?
9. Hoeveel is 9 stuiver meer dan 9 X 'i cent?
10. Acht jongens moeten 56 noten gelijk verdeelen. Hoeveel
noten krijgt elke jongen dan?
11. Hoeveel is het negende deel van 3 dozijn?
12. Van 10 stuiver krijgt Klaas een dubbeltje. Het overige
moet onder 8 meisjes gelijk verdeeld worden. Hoeveel cent krijgt
elk meisje?
13. Gerrit heeft 72 centen. Hoeveel stapeltjes van 9 centen
kan hij daarvan maken? Hoeveel stapeltjes krijgt hij, als hij er 8
in elk stapeltje legtf
14. Hoeveel is het negende deel van vier en een half dozijn
knoopen ?
15. Een kleermaker kocht 8 dozijn knoopen. Hij gebruikte
er 36 van. Hoeveel had hij er toen nog?
16. Een arbeider werkte 8 uur en een ander 7 uur per dag.
Hoeveel uur werkten zij samen in eene week?
17. Hoeveel pooten hebben 15 koeien en 20 ganzen samen?
18. Een vleeschhouwer kocht een oud schaap voor 30 gulden
en 2 lammeren, elk voor 12 gulden. Hoeveel gulden moest hij
daarvoor betalen ?
19. Acht meisjes deelen 64 cent gelijk en negen jongens
72 cent. Hoeveel cent krijgt een jongen meer dan een meisje ?
20. Kees had 89 knikkers. Hij verloor er 29 en later nog 36.
Hoeveel had hij er toen nog?
21. Karei had een gulden. Hij kocht een boekje voor 9 stuiver
en eene griffeldoos voor een kwartje? Hoeveel cent had hij
toen nog?
22. Aan den eenen kant van eene straat stonden 39 huizen