Boekgegevens
Titel: Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Deel: Tweede stukje getallen van 1-100
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2344
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205711
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
40. Hoeveel koeien hebben samen 48 pooten?
41. Een jongen heeft 50 centen. In hoeveel stapeltjes van
5 centen kan hij die leggen ?
42. Eene juffrouw kocht 12 eieren van 3 cent het stuk en
2 sinaasappels van 4 cent het stuk. Zij betaalde 2 kwartjes.
Hoeveel cent moest zij terug hebben?
43. Hoeveel pennen zijn drie en een half dozijn pennen?
44. Frans heeft 18 knikkers. Zijne 4 kameraden hebben er
ieder 8. Hoeveel knikkers hebben zij met hun vijven?
45. Hoeveel dagen zijn 24 dagen minder dan 7 weken?
46. Hoeveel centen is evenveel als 48 halve centen?
47. Van 42 pruimen krijgt Jan de helft en Willem het derde
deel. Hoeveel pruimen krijgen zij samen?
48. Dirk heeft 17, Hein 16 en Frits 15 cent. Hoeveel cent
hebben zij te zamen meer dan 6 stuivei'?
49. Miena kocht 3 pond sti'oop van 16 cent het pond. Hoe-
veel cent ki'eeg zij van een halven gulden terug?
50. Gerrit en Jakob vei-deelen 43 kersen. Gerrit krijgt er
15 meer dan Jakob. Hoeveel kersen krijgen zij er ieder van?
50-100.
1. Koos heeft 5 dubbeltjes. Hij krijgt er nog 6 cent bij.
Hoeveel cent bezit hij nu ?
2. Zes jongens hebben ieder 10 knikkers. Zij winnen er
ieder 1 bij. Hoeveel hebben zij er nu samen?
3. Jan heeft 7 dubbeltjes en Piet 8 centen. Hoeveel cent
zijn zij samen rijk?
4. Koosje koopt een pond koffie voor 80 cent en voor 8 cent
cichorei. Hoeveel cent moet zij betalen?
5. Een aannemer heeft 9 werklieden, die ieder 10 gulden
per week verdienen en nog een werkman, die maar 7 gulden