Boekgegevens
Titel: Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Deel: Tweede stukje getallen van 1-100
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2344
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205711
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
6. Een timmei-man heeft 3 even lange planken, die samen
24 M. lang zijn. Hij zaagt elke plank middendoor. Hoe lang
is nu elk stuk?
7. Betje kocht 2 L. petroleum en voor 3 cent lampenkatoen.
Zij moest daai'voor een kwartje betalen. Hoe duur was 1 L.
petroleum ?
8. Jan heeft 9 knikkers. Piet heeft er 2 maal zooveel en
Klaas 3 maal zooveel als Jan. Hoeveel knikkers heeft Klaas meer
dan Piet?
9. Als twee jongens een kwartje gelijk moeten verdeelen,
hoe moeten zij dat dan doen?
10. Hoe moeten 3 jongens 25 appels gelijk verdeelen?
30-50.
1. Frans heeft 3 dubbeltjes. Arend is 8 cent rijker. Hoe-
veel cent bezit Arend?
2. Maria heeft 4 dubbeltjes gespaard. Zij krijgt er nog een
stuiver bij. Hoeveel cent heeft zij nu?
3. Jan heeft 3 dubbeltjes. Hoeveel cent moet hij er nog bij
hebben, om 4 dubbeltjes rijk te zijn?
4. Gerrit had 35 knikkers. Hij speelde en had er na 't spel
nog maar 5. Hoeveel had hij er verloren?
5. Een veehandelaar had 48 schapen. Hij verkocht er 40
van. Hoeveel schapen had hij toen nog?
6. Een boer heeft 32 kippen. Hij koopt er nog 7 bij. Hoe-
veel kippen heeft hij nu?
7. Bernards vader is 43 jaar; zijne moeder Is 5 jaar ouder.
Hoe oud is de moeder van Bernard?