Boekgegevens
Titel: Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Deel: Tweede stukje getallen van 1-100
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2344
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205711
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
20. Dirk had 23 knikkers. Hij verloor er aan Frans 9.
Toen won hij er van Klaas 12 en toen verloor hij er aan Piet 18.
Hoeveel knikkers had hij toen ?
21. In een doosje was 24 cent. Eerst werd er een dubbeltje
en toen een stuiver uitgenomen; later werd er 18 cent bijgedaan.
Hoeveel eent was er toen in?
22. Piet kocht 2 boekjes van 12 cent het stuk. Hoeveel cent
moest Piet daarvoor betalen?
23. Hoeveel oogen hebben 14 koeien samen?
24. Een herder kocht 2 schapen van 15 gulden het stuk.
Hoeveel moest hij daarvoor betalen ?
25. Johanna kan hare centen 13 keer twee aan twee bij
elkaar leggen. Hoe^-eel centen heeft Johanna?
26. Frits spaarde eiken dag 2 centen. Hoeveel centen spaarde
hij zoodoende in 2 weken ?
27. Eene vrouw had 26 eieren. Zij verkocht er de helft van.
Hoeveel had zij er toen nog?
28. Klaas en Willem moeten 24 noten gelijk verdeelen. Hoe-
veel noten moet ieder dan hebben?
29. Voor 2 even dure koeken betaalde Johanna 30 cent.
Hoe duur was elke koek ?
30. Gerrit wisselde 12 centen voor halve centen. Hoeveel
halve centen kreeg hij er voor?
1. Jan heeft 28 halve centen en Dorus 28 centen. Hoeveel
cent is Dorus rijker dan Jan ?
2. Mietje heeft 15 koralen, Miena heeft er 2 maal zooveel.
Hoeveel heeft Miena er meer dan Mietje?
3. Hendi'ik had een dubbeltje, een stuivertje, 8 centen en
12 halve centen. Kees had een kwartje. Hoeveel cent bezat
Hendrik meer dan Kees?
4. Hoeveel cent moet men betalen voor 3 boekjes, als elk
boekje een dubbeltje kost?