Boekgegevens
Titel: Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Deel: Tweede stukje getallen van 1-100
Auteur: Bruin, D. de
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1890
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2344
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205711
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vraagstukken bij het onderwijs in het rekenen in de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
5. Een veehandelaar had 26 koeien. Daarvan verkocht hij
er 9. Hoeveel koeien had hij toen nog?
6. Pieter had een kwartje. Hij kocht voor 8 cent papier.
Hoeveel geld had hij toen nog?
7. Betje kocht een pond meel vooi* 10 cent en een pond
rijst voor 14 cent. Hoeveel moest zij betalen?
8. In eene weide loopen 15 koeien en 12 schapen. Hoeveel
dieren zijn dat te zamen?
9. Hein ging 2 weken en toen weer 2 weken op reis. Hoe-
veel dagen wa? hij toen op reis geweest?
10. In een huisje zijn 2 ramen. In het eene raam zijn 12
en in het andere 16 ruiten. Hoeveel ruiten zijn er in beide
ramen samen ?
11. Eene naaister kocht een dozijn groote en 18 kleine knoopen.
Hoeveel knoopen kocht zij ?
12. Eene waschvrouw kocht een pond stijfsel voor 2 dubbeltjes.
Zij betaalde een kwartje. Hoeveel cent moest zij toen terug-
ontvangen ?
13. Jansje had in een "doosje 28 koralen. Zij nam er eerst 10 en
toen weer 10 uit. Hoeveel koralen wai'en er toen nog in haar doosje?
14. Eene vrouw had 24 eieren. Zij verkocht er 12 van.
Hoeveel eieren had zij toen nog?
15. Een fruithandelaar had in een korQe 28 perziken. Toen
hij ze er uit wilde nemen, zag hij, dat er 13 bedorven waren.
Hoeveel waren er nog goed?
16. Jan heeft 18 cent. Hoeveel cent moet hij er nog bij
hebben, om 3 dubbeltjes rijk te zijn?
17. Koosje ging met een kwartje en een stuivertje naar den
winkel. Zij kocht er voor 15 cent boonen en voor 12 cent
erwten. Hoeveel moest zij terugontvangen ?
18. Een boer had 24 schapen. Hij verkocht er 15 van.
Hoeveel schapen had hij toen nog?
19. Als Willem 3 stuiver en 1 cent rijker was, dan had hij
juist een kwartje. Hoeveel cent heeft Willem?