Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
kanaal geliecten, werd in 1875 voltooid, eensdeels om eene-
betere verbinding van de stad Groningen met de zee te verkrij-
gen , anderdeels ter verbetering der afwatering in verband met de
afsluiting van het Reitdicp. Het vormt één pand, waarmede de
Hunze, het Hoornsche Diep en liet deel van het Reitdiep boven
de afsluiting te Wetsinge in open verbinding staan en waarlangs
het water vau deze wordt afgevoerd en door een sluis te Delfzijl
op de Eems geloosd wordt.
Meren vindt men in dit gebied slechts in liet laagveen: het
F O k s h O 1 s t e r Meer, het S c h i 1 d m e e r, hot 1' r o o s t m e e r
en het Kleine Meer. Het drooggemaakte M eed hui z er-
me e r en het H u n i n g a m eer in den diluvialen voorsprong t. N..
van Winschoten zijn de eenige droogmakerijen in Groiiingen.
Gebruik van den bodem, middelen van bestaan,
bevolking.
De zeer vruchtbare klei levert de gewone producten dezer
grondsoort doch voornamelijk haver, nl. '/, (uitvoer naar Enge-
land), gerat 'jy en booneii -/- van de productie des ge-
heelen lands: in 't Oldambt ook cichorei. De klei om
de stad
Groningen benevens het laagveen is weiland. Het Groningsche
rundvee wordt veel vestgemest.
Landbouw en veeteelt worden voorts zeer bevorderd door het
alleen in dit gewest voorkomende beklemrecht. Dit is nl.
een oud recht, volgens hetwelk men zoo goed als bezitter zijn kan
van grond , tegen betaling ^ener jaarlijksche zeer lage e//pacht
aan den eigenaar. De bezitter, beklemde meier geheeten,
moet zich voorts aan eenige voorwaarden (meest vormen) houden
in den b e k 1 e m b r i e f omschreven. Dit recht heeft het voor-
deel , dat alle verbetering van het land uitsluitend den pachter of
bezitter ten goede komt. Van de landbouwers bezit 86 percent op
die wijze een groot gedeelte van den bodem. De boerenstand is
dan ook zeer welvarend, meer dan elders in het land; kolossale
boerderijen vindt men er alom en binnen in de trotsche woon-
huizen is ook de weelde niet uitgesloten.
De Groningsche boer is een half-heer met half-beschaving; met
een hoogen hoed op gaat hij „in stad' de muziekuitvoeringen in
de Groote Societeit bijwonen , zendt zijne dochters naar de kost-
school, enz., terwijl de rijkste Zeeuwsche boer boer blijft.