Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
afvoer de Sclioterlandsche Compagnonsvaart gegraven werd ; liet
nam nog in bloei toe door het verblijf der Friesche stadhouders
op het naburige landgoed Oranjewoud. Nu leeft het van
scheepvaart, handel, markten , (boter) , leerlooierij , enz. Door de
verveningen in de veenpolders is de bevolking dezer streken in
deze eeuw zeer toegenomen. W o 1 v e g a , op den rand van het
diluvium heeft botermarkten door de weidestreek in de nabijheid.
De Lemmer, aanzienlijk vlek, is een der drempels van Fries-
land , als gelegen in den waterweg van Holland op Friesland en
Oroningen. De drukke scheepvaart heeft er eene levendige nijver-
heid doen ontstaan : scheepswerven, zeil- en mastenmakerijen,
touwsl.agerij , enz.
Oe zeeklei en het laagveen van Groningen.
T. O. van de stad Groningen strekt zich een stuk laagveen,
Tiit, in het oosten weleer samenhangend met het veen dat bij de
vorming v.an den Dollart werd opgeruimd en aan de zuidzijde
sluitend aan het veen langs de llunze. Ook ligt er laagveen
langs het Hoornsche Diep en een paar stroompjes in 't Wester-
kwartier. Te midden der klei van 't Westerkwartier en in het
laagveen t. O. van Groningen liggen eenige stukken diluvisch zand.
Het laagveen behoort ook in dit gewest tot het laagste gedeelte;
ook behoort hiertoe natuurlijk de oudste , dus de meest zuidelijk
gelegen zeeklei (denk om de daling des bodems). Het middenge-
deelte der Provincie, langs het Hoendiep en van het Boterdiep
tot t. O. van het Termunterzijldiep, ligt dus het laagst ; van hier
stijgen de diluviale zandgronden met het hoogveen zuidwaarts naar
de Drentsche hoogvlakte en de klei naar het noorden. De buitenste
Wadpolders liggen -(- 2,5 A. P. en de buitenste Dollartpolders
-f 1,.''. A. P.
Het Westerkwartier (t. W. van het lleitdiep), behalve de
hoogere zandstukken, en het lage middengedeelte der Provincie,
beginnende op eenigen afstand t. O. van het Keitdiep en tot het
Damsterdiep t. N., is nagenoeg geheel in polders verdeeld, die
zich zuidwaarts tot aan de grens der klei bij Pekela en Wedde
uitstrekken. Al het overige is hoezemland De polders zijn hier
echter in den regel niet met kaden omringd zooals in Holland,
enz., maar slechts van elkaar gescheiden door dammetjes in de
sloten. Kaden zijn hier gewoonlijk niet noodig, omdat het land,