Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
<le gewone voortbrengselen der klei (veel vlas), wordt op de za-
velaclitige grond t, O. van het Bilt veel cichorei geteeld, alsook
op het zand t. Z. van Dokknin. In het N. van Westergoo is veel
ViinboHw , vooral om Berliknm.
liet Z. O. gedeelte van het veen heeft men bij zeer groote ge-
■deelten met kaden omiingd om het veen daarbinnen tot turf te
maken: zulke gedeelten noemt men veen polders (zie Friks-
LAND , lïLD 13). Zij zijn reeds geheel of voor een groot gedeelte
verveend en de daardoor ontstane plassen maakt men bij kleine
stukjes droog. Deze droogmakerijen hebben een boilem van zand,
vermengd met eenig veen dat men daartoe heeft laten zitten.
De afv^oer van turf, boter en kaas en de aanvoer van vele
levensbehoeften die in dit land ontbreken, maken dat de s e h i p-
p e r ij hier een belangrijke tak van bedrijf is. Daarmede staat de
scheepsbouxo hier en daar aan de waterwegen in verband.
De nijverheid is in Fiiesland niet van groote beteekenis.
In de kleistreek vindt men langs de vaarten verscheidene ^lichel-
werheti" (steenbakkerijen), ^pamiewerken'' ^kalkwerken'^ waartoe
de gemakkelijke turfaanvoer bijdraagt; in liet noorden ook cicho.
rei/abrieJcen. De hartstocht der Friezen voor schaatsenrijden houdt
de industrie van schaatsen levendig (vooral te iJlst, Sneek, Grouw
en Warrega).
De visscherij op de meren is vrij belangrijk en levert vooral veel
paling j die grootendeels naar Engeland uitgevoerd wordt. De lage
streken leveren zeer veel kievitseieren,
In de provincie Friesland t N. van de Tjonger wonen nog zui-
vere Friezen ^ d. i. onvermengd met een der belde andere hoofd-
rassen waarvan de Nederlanders afstammen (Hoofdstuk IX). In
uiterlijk en aard zijn de Friezen zeer goed van de andere bewo-
ners des lands te onderscheiden De oude Friesche taal , hoewel
terrein verliezend, wordt o/> het platteland nog gesproken , in de
steden stads-Friesch. Alleen de bewoners van het Bilt wijken in
gewoonten, taal, enz. van de eigenlijke Friezen af, want zij stam-
men af van de Hollandsche (Westfriesche) ffimiliën , die hier na de
bedijking zieh hebben neergezet om het nieuwe land te ontginnen.
Door geheel Friesland vinden wij nog „staten" (buitenverblijven)
■en nog enkele „s tin zen" (sloten, oorspr. steenen gebouwen) der
iianzienlijke geslachten.
In Oostergoo: Leeuwarden (800Q0) — in 't Fr. Liauwerd, —