Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
■dus als voorloopige waterbergplaatsen zou men de Friesche meren
niet kunnen misken; reeds alleen hierom kan men ze niet droog-
maken. Bovendien bestaat hun bodem u't zand, dienen zij als
vaarwaters en leveren zij veel visch. De voornaamste afwatering
heeft plaats door de Dokkumer Nieuwe Zijlen, omdat aan de
Lauwerszee de eb het laagste daalt en de Z. W. winden , die het
meest voorkomen , het water van den boezem daarheen jagen.
In Friesland s boezem loopeii drie riwiertjes uit: de L a u-
w e r s , op de grens van Groningen , de B o o r n , op de grens
van Groningen aanvangend, in zijn bovenloop ook K o n i n g s-
d i e p geheeten en bij Akkrum zich in den Friezen boezem ver-
liezend ; de Kuinder (in het Friesch Tjonger), waarvan het
middeudste gedeelte thans door een kanaal vervangen is , dat door
.sluizen van het boven- en benedengedeelte gescheiden is. — Ook
de 3 Compagnonsvaarten , die voor den turfafvoer in het O. zijn
.aangelegd (zie Hoofdstuk VIj, dalen in verscheiden panden naar
Frieslands boezem af en brengen op deze het water dat zij van
^aangelegen landen ontvangen.
T. W. van de lijn Wolvega-lIeerenveen-Dokkum is Friesland
.grootendeels in polders verdeeld. Deze zijn echter niet aWa aan-
■eeng^slo'en ; er ligt veel boezeinland insschen. De polders, in het Z. W.
meest zeer klein , worden voor het grootste gedeelte bemalen , vele
alleen 's zomers , zoodat zij 's winters blank staan.
Langs de zee is Friesland beschermd door zware dijken , die
het bij storm soms hard te verantwoorden hebben; zij zijn voor
■een groot deel schaardijken , A z dijken die geen voorland hebben
'(schaar = schoor =1 Eng. shore). In Gaasterland worden zij drie
maal door de hooge gronden afgebroken (zie de kaart).
Gebruik van den bodem en middelen van bestaan»
Het veen is natuurlijk geheel u eiland ^ hier madland ge-
noemd (made = weide), en ook de aangrenzende klei In deze
weidestreken (d e g r e i d h 0 e k) graast het om zijne melkrljkheid
bekende Friesche vee. Veeteelt en bereiding van boter en kaas zijn
hier bijna uitsluitend de middelen van bestaan. S n e e k is de
groote marktplaats voor boter en kaas, Leen w arde n voor
het vee. T. N. van eene lijn, aanvangend t. Z. van Harlingen ^
gaande over Stiens en t. N. van Dokkum om, wordt de klei
Jioofdzakelijk als bouwland gebezigd (de b 0 u w h 0 e k). Behalve