Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
bare Pokier trjaard-en-Groet en de groote Anna-Paulowna-
polder (gedeeltelijk zand) bedijkt.
Het Koegras en een deel van den Anna-Panlownapolder is wei-
land , waarop veel schapen gehouden worden; het overige dezer
bedijkingen meest bouwland , vooral gerst en vlas opleverend. —
Er ontstonden slechts kleine plaatsen in deze polders.
De zeeklei en het laagveen in het Noorden.
Op de kaart zien wij , dat in Friesland alles t. W. en t. N.
van eene lijn die buitenom Stavoren, Workum, Sneek', Leeuwar-
den en Dokkum omgaat en in Groningen het N. deel, ongeveer
t. N. van den spoorweg Leeuwarden—Groningen—Nieuweschans ,
grootendeels uit zeeklei bestaat.
Het grootste deel dezer gronden is niet uit verschillende indij-
kingen samengesteld, zooals in Zeeland en Holland, maar is als
■één geheel ontstaan achter dc duinen, toen de vloeden door de
zeegaten naar binnen drongen. De bewoners moesten zich dus tel-
kens mei hun vee terugtrekken of hunne woningen bouwen op
hoogten die zij zeiven opwierpen — ook nog nadat er dijken waren
aangelegd — en die in deze landen terpen (in Friesland) ,
weren of wieren genoemd worden. Deze zijn soms verschei-
dene bunders groot en tot 3 M. hoog en dragen er nog heden
ten dage de meeste dorpen; van daar dorpsnamen als Olterterp
Metslawier , Wittewierum , Zandeweer , enz.
De Friesche zeeklei was vroeger door een zeeboezem , de Mid-
delzee, t, W. langs Leeuwarden gaande tot bij Sneek en ISols-
ward , in tweeën gescheiden (zie de Voormalige Middelzee , bld
13). De oude dijken langs dien voormaligen zeeboezem liggen er
nog. Deze slikte dicht en eindelijk werd op het laatst der 15e
«euw in den mond het Bilt, nu de Oude B i 11 p o 1 d e r , inge-
dijkt ; later kwamen hiervóór nog eenige andere bedijkingen. Ook
•o]) een paar andere plaatsen werden langs de W. en N. kust van
Friesland, langs Wadden en Lauwerszee eenige bedijkingen aan-
gewonnen (zie Friesland , bld 13).
In (jroningen won men in de vorige en deze eeuw vele bedij-
kingen aan langs het Reitdiep, het voormalige benedenge-
deelte der rivier de Hunze, dat nu door een dijk bij Zoutkamp
is afgesloten, en vele, meest zeer groote bedijkingen langs
de Wadden, de zoogenaamde Wadpolders, meest uit zand-