Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
verdeelt!, boezems voor aanliggende polders vormend, waarvan
het benedenste op het Yolkerak kan loozen.
Het voornaamste voortbrengsel van den landbouw worden hier
meer en meer de suilcerbie'en en veel plaatsen op of aan de klei
hebben daardoor suikerftibrieken: Bergen op Zoom , Steenbergen ,
AVonw, Kozendaal (veel fabrieken met vele honderden arbeiders),
Oudenbosch, Zevenbergen , Etten en Leur, Breda, Oosterhout en
Geertruidenberg. Tusschen Oosterhout en Geertruidenberg en langs
de zuidzijde der Mark ligt ook veel weide.
Bergen op Zo^m (L30)3) heeft bovendien oesterteelt en
visscherij op de Zeeuwsche Stroomen en vele aardewerkfabrieken ,
die dö naburige klei als grondstof gebruiken , evenals Halste-
ren. Ook Rozendaal (UOOO) ligt op den rand van het dilivium
en heeft behalve zijne suikerindustrie veel leerlooierij ; belangrijk
knooppunt van spoorwegen ; „la vestibule de la Hollande", volgens
1 lavard. Steenbergen, K 1 u n d e r t en Zevenbergen
zijn tegenwoordig overigens landbouwplaatsen, ook W i 11 e m s t a d,
eene kleine vesting, door Willem van Oranje in 158:-$ aangelegd,
(ï e e r t r u i d e n b e r g heeft eenige fabrieken.
De bedijkingen in het Noorden van Noord-Holland.
Het vasteland van Noord-Holland eindigde vroeger bij Petten
«n aan de noordkust van AVest-Friesland (zie Hollands Noorder-
kwartier 01' uet einde der 13e eeuw , bld 5). T. N. daarvan
lagen de eilandjes Kallantsoog en Huisduinen en overigens slechts
zandplaten en slikken.
De zeer ondiepe zeeboezem d e Z ij p e (zie de kaart , bld 5),
bij hooge vloeden door het water uit de Noordzee opgezet, was
een gevaarlijke vijand voor Westfries lands zeedijken. Na vele ver-
geefsche pogingen werd de Zijpe op het laatst der IGe eeuw
door bedijking eindelijk voor goed aangewonnen; de bodem bestaat
echter grootendeels nit zand Langs de westzijde stoof weldra een
vrij breede duinrij aan. — Iets later werd echter de uit vrucht-
bare klei bestaande Wieringerwaard ingedijkt.
Tegelijkertijd werd van Kallantsoog naar Huisduinen een zand-
dijk aangelegd , die tot een duinrij aanstoof; aan de O. zijde daar-
van werd bij den aanleg van het Gr. N.-IIoll. Kanaal, dus iu
deze eeuw, het Koegras aangewonnen , grootendeels uit zand
bestaande. Omstreeks het midden dezer eeuw werden de vrucht-