Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
3
De landbouwproducten zijn hier vooral tanve (in Zeeland alleen
ruim van Nederland, wittebrood, stijfsel, enz) en (jeisi (gort,
bier en moutwijn); koolzaad (raapolie en raapkoeken), vlaa (uit
de stengels komt na vele bewerkingen garen , dat gesponnen wordt
tot linnen; lijnkoeken); suiker bief en , vooral in Noord-Brabant,
Zeeland en op Goeree en Overtlakkee; meekrap, eene plant uit
welks gebranden wortel (het branden geschiedt in yneesfoven)
eene roode verfstof bereid wordt, die nu grootendeels door andere
verwen vei drongen is. Het gewas wordt daarom weinig meer ver-
bouwd , maar was vroeger oorzaak van algemeene welvaart en
veel rijkdom, vooral in Zeeland. Aardappelen vooral in Noord-
Brabant. Voorts boonen (vooral op Walcheren, stamboontjes), paar-
denboonen, wikke (paardenvoeder) , ernten^ vooral in Zeelanden
jzien , vooral op Tolen , N.- en Z.-Beveland , enz.
Om den gnmd niet uit te putten doet men granen , peulvruchten
en wortelgewassen elkaar in een omloop van 8 a 9 jaar geregeld
afwisselen, dit noemt men wisselbouw. Mest is slechts één- of twee
maal in één omloop noodig.
Paarden zijn er veel in deze streken, daar de landbouwer een groot
aantal noodig heeft. Zeeland heeft van alle provinciën de meeste
paarden per H. A.
Het hoofdmiddGl van bestaan in deze streken is
dus de landbouw. Deze staat vooral in Zeeland op hoogeyi
trap , maar wordt hier zwaar gedrukt door hooge lasten voor de
dijken, oeververdediging, enz. Voorts levert de visscheri) aan velen
een middel van bestaan (bl. 23j. Hiertoe behoort ook de vangst
van oesters en mosselen en de kunstmatige oester- en m o s-
s e 11 e e 11. De eerste heeft vooral plaats op het verdronken land
van oostelijk Zuid-Beveland, op de slikken langs de Eendracht,
enz. Hoofdplaatsen daarvan zijn I e r s e k e op Zuid-Beveland en
Brui nis se op Duiveland. In 1888 werden 40 millioen oesters
verzonden — meest naar het buitenland. Bruinisse en Filippine
(aan de:i Braakman) verzenden veel mosselen, Bergen-op-Zoom en
Tolen vooral ansjovis.
De Zeeuwen z'jn rond en vriendelijk , zijn sterk aan hun
land gehecht en hebben nog veel eigenaardigs in gewoonten en klee-
derdracht. De laatste is zeer schilderachtig op Zuid-Beveland. De
bewoners van Zeeuwseh-Vlaanderen zijn voor e m groot deel Vlamin-
gen, met een opgeruimd, luidruchtig karakter ea bijna allen Katholiek.