Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
(■>2
dan soms eene diepte van 20 Meter! (Zie de Doorsnede over
EEN' ZEEIïDEZEM , OEVERAFSCHL'IVIXG , ENZ. l^LD, 11)
Vrees?lijk is Zeeland gedurende de laatste eeuwen door dit
verschijnsel geteisterd. Wel trok men slechts voet voor voet terug
door achter een dijksgedeelte, Avaarvan men voorzag dat het weg
zou vallen, een zoogenaamden in laag dijk te leggen , ter weers-
zijden aan den onden dijk aansluitend , maar daarmede werd het
kwaad niet bestreden. Want a^'hter dien inlaagdijk, moest zoodia
hij zeedijk geworden was , soms weer een nieuwe komen , daar-
achter weer een. enz.; huizen, ja geheele dorpen moest men
soms zoodoende prijs geven.
Zoo liep de zuidelijke dijk van Schouwen in de IGe eeuw nog in eeïi
rech'e iijn- van den mond der tegenwoordige haven van Zierikzee
naar de westpunt, zoodat na dien tijd do geheele diepe inham
aan de zuidzijde gevormd is ; daarbij gingen vele dorpen en ge-
huchten verloren.
Nog tegenwoordig wordt een groot gedeelte der Zeeuwsche
kusten door het vreesclijke verschijnsel der vallen en oeveraf-
schnivingen aangetast; vooral de noordkust van Noord Beveland
gaat daardoor jaarlijks sterk achteruit.
Daarom worden jaarlijks schatten ten koste gelegd aan de
O n d e r z e e s e h e o e v e r v e r d e d i g i n g, d. i. eene beklee-
ding van de oevers onder water met rijshout en steenen; maar
afdoende middelen tegen het kwaad zijn nog niet gevonden.
Hoogte en afwatering. Door het aanhoudend zakken van
den bodem liggen de oudste bedijkingen het laagst, dus de oude
groote kernen zonder binnendijken van Schouwen, Duiveland,
Zuid-Beveland en Walcheren. Ook liggen groote gedeelten van de
oudMe Znid-lloll. eilanden, nl. Voorne, Putten, IJselmonde en een
deel van Beierland zoo laag, omdat hier de vloeden niet zoo hoog
stijgen, waaruit de klei is bezonken.
De genoemde deelen , benevens de zeeklei van N.-Brabant tus-
schen AVillemstad en fTeertuidenburg, grootendeels beneden A. P.
gelegen, worden dan ook meerendeels drooggehouden met behulp
van molens en stoomtuigen; maar overigens wateren deze landen
bij eb langs natuurlijken weg , door sluisjes op zee af.
Gebruik van den bodem. De zeeklei wordt voornamelijk
gebruikt als bouwland. Alleen in de genoemde lage gedeelten van
Zeeland en Zuid-llolland vindt men veel weide. Er dus ook weinig vee»