Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
door het sleclitc onderhoud de buitendijken dikwijls door en dan
werd dus eene zeer groote oppervlakte overstroomd. Later liet
men de oude dijken uit welbegrepen eigenbelang liggen en Filips-
van Bourg. verbood in 1452 die voortaan te slechten.
In de jongere deelen vau Zeeland , in Zuid-Holland en Noord-
Brabant liggen alle oude dijken er nog. Zij zijn als een groot net
over die landen uitgespreid.
Als voorbeeld vindt men op bld 11: De vorming van een
Zeeuwsch of Z.-Holl. eiland, nl. van Goeree en Overtlakkee,
welk laatste deel betr. zeer jong is, nl. van na 1415 en waarin
dus (op een paar na) alle binnendijken nog liggen. Uit de jaar-
tallen kan men nagaan hoe het eiland om de oudste kernten, de
opwassen Dirksland, Herkingen, Oude Tonge, Soinmelsdijk en
Middelharnis , ontstaan is.
In de oude kernen der Zeeuwsche eilanden wijst ook nog eene
andere omstandigheid op hunnen hoogen ouderdom Daar vindt
men nl. een groot aantal terpen , hier gewoonlijk vlucht-, vlied-
V 1 i e b e r g e n , ook wel h i 11 e n genaamd. Zij zijn echter slechts
klein, met steile hellingen en 10 ii 15 hoog boven het tegen-
•wooi'dig terrein. Er liggen er nog veel op Walcheren, Zuid Beve-
land , Schouwen , Duiveland en enkele op Tolen. Waarschijnlijk
zijn deze bergen uit het begin onzer jaartelling afkomstig en heb-
ben zij gediend tot tijdelijke toevluchtsoorden in tijden van gevaar.
Het spreekt van zelf dat door al het aanwassen en bedijken van
gronden de gedaante dezer landen zeer veranderde; geheele stroo-
men verdwenen, terwijl enkele zeeboezems breeder en dieper
werden door het wijder worden der zeegaten. Bezien wij b.v. de
kaart van Zeeland omstreeks 1.300, Bld 5, dan zien wij welke
groote veranderingen na dien tijd hebben plaats gedad. Wij kun-
nen het ons nu nauwelijks begrijpen, dat de groote handelsweg
te water van Middelburg naar Antwerpen eenmaal midden door
het tegenwoordige eiland Zuid-Beveland liep !
Slaan wij een blik op de kaart van Zuid Holland in 1421 ,
Bld 5, het jaar van den St. Elizabethsvloed, dan blijkt ons —
hoewel toen reeds veel kleigronden waren gewonnen -■ hoe het
veen voor een groot gedeelte vernield was. De zee was toen door-
gedrongen tot aan den westelijken dijk van de Groote Waard
(zie de Kaakt). Deze laatste was eene landstreek met de landen
van Ileusden en Altena binnen een dijkring gelegen ter plaatse