Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
<311 het Zederik-Kanaal naar Vianen, door den Vaartsehen Rijn
(zij valt dus voor een deel met het .Merwede Kanaal samen) , de
Vecht tot AVeesp, de Weesp, Gaasp, enz en den Amstel naar
Amsterdam. Van Xieuwersluis aan de Vecht tot de Gaasp wordt
ook veel de zoogenaamd-e B i n n e n v a a r t langs den Angstel,
enz. gevolgd.
• üe W a t e 1- w e g van Rotte r d a m—A m s t e r d a m , door
de Nieuwe Maas en den IJsel tot Gouda, dan door de Gouwe tot
in den Ouden Rijn, die gevolgd wordt tot een eind voorbij Alfen,
vervolgens langs verschillende wateren (o. a. door het Brasemermeer)
tot ifi de ringvaart van de Haarlemniermeer en hieruit langs den
Overtoom naar Amsterdam, — ofwel uit den Ouden Rijn door
Aar, Drecht en Amstel naar Amsterdam
De Vaart van L e i d e n n aar Rotte r d a m , gevormd
door den Trekvliet van Leiden naar Delft met zijtak naar 's llage
de Schie die zich bij Ouwersehie in drie takken splitst: de
Kotterdamsche, de Delfhavensche en de Hchiedamsche Schie.
Het Groot Noor d-H oil. K a n a a 1 van tegenover Amster-
dam langs Purmerend en Alkmaar naar het Nieuwe Diep.
Het N o o r d z e ek a n a a 1 (zie bl. 21) met verscheidene zijtak-
ken, waarvan die naar Zaandam (de Voorzaan) en die naar Haarlem
(met het Si)aarne) van het meeste belang voor de sclieepvaart zijn.
IMj den aanleg van liet Noordzeekanaal wer(^ liet IJ bij Schel-
lingwoude door een dam afgesloten, met sluizen er in voor de af-
watering en scheepvaart; langs het hoofdkanaal en de zijkanalen
werden kaden gelegd en de daartusschen gelegen gedeelten van
het IJ door stoomgemalen drooggemaakt. Daardoor ontstonden de
zoogenaamde IJpoiders , eene soort van droogmakerijen uit een
zeeboezem ontstaan, met een bodem van vruchtbare zeeklei op
—1 a —2,5 A. P. gelegen.
Uit de beschrijving van dit poldeiland volgt, dat men in dit
land niet anders kan loopen dan op de ivegen , daar de polders met
slooten doorsneden zijn.
Die wegen zijn meestal zelve de kaden der polders; wegen
dwars door de polders komen minder voor, omdat men daarin,
waar zij de slooten snijden , bruggen , duikers , enz. moet maken.
De dorpen liggen natuurlijk aan de wegen en dus meestal tus-
schen twee polders in. Opdat de huizen met hunne fondamenten,
kelders, enz. niet in het water zouden komen, zijn de dorpen e