Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
Tiui' t. W. van Utrecht gaat het beneden A. l\ dalen, zoodnt Int
gemiddeld l tot 2 M. beneden dat vlak gelegen is.
Ook het land tusschen de Lek en de Merwede ligt grootendeels
beneden A. P.
Wij kunnen ons nu voorstellen wat er gebeuren zou, als er
«rgens in den ring eene opening kwam , zelfs bij lage rivierstan-
den. En wat zouden de gevolgen dan wel zijn bij een hoogen
stand, die bij Vreeswijk ongeveer 0,5 M. boven A. V kan be-
dragen , en bij stormvloed op zee , die 3 a .'ï,5 boven A. V. kan
stijgen V
Hieruit blijkt ook: er kunnen in dit land geen wateren
in open verbinding zijn met de zee of de groote
rivieren.
Immers alu dit wel het geval was , dan zouden er openingen in
den dijk of de duinen moeten zijn; maar zulke openingen zouden
gelijk staan met diepe doorbraken en dezo laiulen zouden onder-
loopen I Als b. v, de Vaartsche Uijn te Vi-eeswijk in open ver-
binding met de Lek stond , dus een Kijntak was , dan zou zelfs
bij M ]l. het water uit de Lek zich ter hoogte van 2 M in den
Vaartsehen Rijn storten: deze zou weldra overloopen en Holland
en Utrecht kwamen onder water.
Waar het voor de scheepvaart of waterloozing noodig is zijn de
wateren binnen den meergenoemden ring met het buitenwater d i
de zee en de groote rivieren. verbonden met eene sluis of een
duiker (groot riool), in den dijk of de duinen gelegen, inrich-
tingen waardoor men watereu van vei'schillende hoogte tijdelijk
met elkaar in verbinding kan brengen.
Terwijl in het hoogere oosten en zuiden des lands al het hemel-
water (regen, sneeuw enz ), voor zoover het niet verdampt, deels
bovenaardsch langs beekjes, enz , deels , na in den bodem tot oj)
eene ondoordringbare laag weggezakt te zijn , onderaardsch op de
groote rivieren kan afvloeien, is dit in dit land niet het geval.
Want al het regenwater , enz. , dut op dit lage land binnen den
ring van dijken, enz, valtj kan niet wegzakken en naar de hoofdrivier
Of de zee vloeien , omdat deze hooger liggen.
De atmosferische neerslag (regen , dauw, enz.) bedraagt in deze
streken gemiddeld (ïTO millimeter 's jaars en er verdampt in dien
tijd 580 mM., nl. van water en met water verzadigden grond , dus
in werkelijkheid veel minder. Over een geheel jaar is er dus