Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
Dit veen lieeft eene dikte van 8 k 5 mieter, docli op sommige
l)l:iatsen, vooral in een deel van Amsteliand en Rijnland t. N.
van den Ouden Rijn, reikt het wel tot 9 M. diepte; in het W.
loopt het tegen en ouder de geestgronden in een dunne laag
te niet.
Bezien w^ïj nu de Geologische Kaart (bld 8) , dan merken
wij langs de rivieren in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden
en t. N. van de Lek, langs deze rivier, den Holl. IJsel, Ouden
llijn en A^echt min of meer breede strooken rivier klei op;
deze ligt aldaar op het veen. Ook de geheele driehoek Amerongen-
rtrecht-Vreeswijk heeft rivierklei aan de oppervlakte, maar deze
ligt aldaar op zand.
Al deze klei hebben de rivieren zelve aangevoerd eu op de
aangrenzende landen doen beziidven — een bewijs dus, dat Kromme
Rijn, Oude Rijn, Vecht en Holl. IJsel vroeger takken van den
Rijn zijn geweest. Om en ten Z. W. van Delft (zie Zuid-Holl. ,
iïLü 9) ligt zeeklei op het veen.
In het oude Noorderkwartier (Holl. t. N. v. h. IJ) ligt t- N.
A'an het veen een streek, grootendeels uit zeeklei bestaande, het
oude Westffriesland | welks vrijheidlievende bewoners onzen
<ïraven vóór 1288 zooveel te doen gaven. Hoe die zeeklei daar
gekomen is, is nog onzeker; In het W. ligt ook zand en veen
(zie Noord iiollaxd, bld 10). Het was eenmaal een eiland (zie
iloLL.-NooRDERKw o. u einde der 13de eeuw, bld 5) cu daai'om
geheel met een dijk omgeven. Er lagen een groot aantal meren
en poelen in, vooral in het W. Het Z. O. deel heette D r ech-
te r 1 a n d. Hoewel een deel van den bodem anders gebruikt wordt
dan het laagveen , zoo komt de ligging en de irrichting tot pol-
derland zóó met die van de veengronden overeen , dat wij beide
tegelijk zullen beschouwen.
Hoogte en waterkeeringen. Deze landen zijn t. N. van
<.len Rijn-Lek-Nieuwe Maas geheel binnen één ring van duinen en
dijken gelegen, die in het oosten gesloten is door de heuvelen,
welke van den Rijn tusschen Grebbe en Amerongen tot aan de
Zuiderzee in Gooiland doorloopen en waaraan genoemde dijken
1. O. van Naarden en bij Amerongen aansluiteiL
Het land binnen dezen ring Digt zeer laag y lager
dan de waterspiegel van de groote rivier en van de
zee bïj eb daarbuiten. Reeds t. O van de Vecht en een