Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE LAGE AVKSTELIJKE EN NOORDELIJKE HELFT
DES LANDS OF HET POLDERLAND
ZONDER RIVIEREN.
II 0 0 F I) S T U K IV.
Het Hollandsch-Utrechtsche laa^veen
en Westfrieslaiid.
Grondsoorten. Wij zagen reeds dat in het Iiaf, waarin een-
maal onze groote rivieren uitliepen , zich een sterke plantengroei
ontwikkelde, waardoor een uitgestrekt laagveen ontstond (bl. 12).
Waarschijnlijk lag vóór de vorming van het haf en het veen
de onderliggende bodem aan de oppervlakte, bedekt met hout,
enz.; maar door het dalen van onze kuststreek kwam hij onder
water, de boomen stierven af en vielen, en in het gevormde haf
ontstond in zoet en brak water het veen.
Van groot gewicht is het hierbij op te merken , dat terwijl dit
veen voor een groot gedeelte op zand rust, een ander gedeelte oi>
eene laag oude (zoogenaamde blauwe) zeeldei ligt en wel in Hol-
land en Utrecht t. N. van den Holl. IJsel en t. W. van de Vecht.
Deze is dus vóór de veenvorming op den zandbodem van het haf
bezonken uit zeewater.
Het laagveen in Holland en Uirecht ligt aan de oppervlakte in
de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden , in Utrecht tot bij den
Vaartschen llijn en 1.', uur t. O. van de Vecht, terwijl het in
N -Holland aan zijne noordelijke grens onder de Westfriesche^
zeeklei tusschen Hoorn en Alkmaar wegduikt.