Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
dalen der zijrivieren slechts over zekere breedte -worden over-
stroomd tot waar het water tegen de hoogere gronden aanlooj)!.
Waar deze laatste dus dicht bij of onmiddellijk aan de rivier
liggen , zijn er geen dijken. Vandaar dat deze telkens zijn afge-
broken door hooge gronden, waarin zij te niet loopen.
Aansluitende aan deze dijken beginnen die welke ten allen,
tijde ^ d. i. bij M. 11. en lagere standen, het rivierwater keeren.
Van de 4 genoemde punten beginnen nl. de landen lager de aan
grenzende AL R. te liggen. Toeu er nog geen dijken waren , heb-
ben die landen iets hooger en de rivierspiegel waarschijnlijk iets
lager gelegen. Deze dijken loopen dus onafgebroken door.
Toch staat het water niet altijd tegen deze dijken aan. De
rivieren nl. laten, als zij buiten hare oevers treden, liare slibstoffen
op het overstroomde land vallen, het meest echter onmiddellijk
buiten het zomerbed , daar zij de grovere stoffen het eerst loslaten
en daar ook nog de meeste vaste stoffen bevatten. Hierdoor out
staat eene soort van natuurlijken wal , die beschermt, zoover hij
niet door een sloot, enz. is doorsneden.
De dijken nu zijn niet onmiddellijk langs het zomerbed aange
legd , maar op ongelijke aistanden , soms wel uur er vamlaan
(Zie o. a. Gei^deulaxd , Zuid-1Ioij>. , exz.). Dit is gesclüed om bij
hoog water de groote watermassa daartusschen te kunnen bergen,
zonder de dijken buitengewoon hoog en zwaar te moeten maken
Tusschen den voet der dijken en het zomerbed der rivier ligt dus
gewoonlijk eene strook lands, bestaande uit vruchtbare klei en
gebruikt tot w e i d e en hooiland, langs de benedenrivieren
ook veel tot de teelt van griendhout cn dan grienden ge-
naamd. Deze kostbare gronden heeten uiterwaarden en zijn
meestal nog door k a d e n tegen hooge rivierstanden tot zekere
hoogte beschermd. Elke overstrooming hoogt dus de uiterwaarden
weder op; vandaar dat zij meestal hooger liggen dan de landen
onmiddellijk tegen de binnenzijde van den dijk
Voor de afmetingen van een grooten rivierdijk , de hoogte der
uiterwaarden, enz. zie de kkt. v. Utrecht, doorsnede over ken
rivierdijk, enz. bi.d 12.
Algemeene beschrijving der rivierdijken. Langs het
bovengedeelte van den LIsel worden de dijken telkens door hooge
gronden afgebroken. (Zie Geldereand , bld 8.) Langs den rech-