Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
naalvakken) verdeeld en van Dieze en Maas gescheiden. liet wordt
te Luik en Maastricht uit de Maas gevoed.
Stroomgebieden der groote rivieren. Bezien wij dc
Kaart der Stroomgebieden' i\ Ned., bld 3, dan blijkt ons, dat
het gebied van elk der 3 Rijntakken zeer klein is. Het grootste is
dat van LJ s e 1: van de Graafschap en den Z.rand van Overijsel
in ons land en van de grensstreken van Duitschland komt er het
water op door Onden LIsel, Berkel en Schipbeek met hunne zij-
riviertjes en door eenige beken; de oostelijke hellingen der Veluwe
en zijn delta vormen het overige van zijn gebied. —DeRijn-Lek-
X.Maas ontvangt, behalve door eenige beekjes van den zuidrand
der Veluwe, geen water dan links: van de Alblasserwaard en
een deel van I.Jselmonde en Rozenburg, rechts: van een deel van
Holland en Utrecht; Rijnland met het land van Woerden, die er
bij Gouda op loozen , behooren slechts gedeeltelijk tot zijn gebied,
daar zij ook op Noord en Zuiderzee afwateren. — De W a a 1 ont-
vangt nagenoeg in 't geheel geen Ned. water, behalve van eenige
gronden t. O. van Nijmegen en bij llerwijnen ; de Merwede krijgl
bij Gorinchem door de Linge al het water van de landen tusschen
den RijnJ^ek en de Waal.
De Maas heeft in ons land een groot stntomgebied , dat ge-
lieel Limburg, een groot deel van Noord-Brabant en een deel van
(ielderland omvat. Links ontvangt zij in ons land eenige kleine
riviertjes en de Dieze met haar groot gebied, dus ook water van een
deel van België, en rechts van een gebied in Duitschl-ind, België
en Nederland, grootendeels gevormd door het gebied van de Roer,
en de Niers; voorts door eenige weteringen al het water van het
Rijk van Nijmegen en van Maas en Waal, benevens dat van de
Bommelerwaard.
De rivierdijken. De dtj'cen lanjs de rivieren hebben in ons
land een tweeledig doel:
1". Een gedeelte dient om achtergelci^en landen te beschermen
alleen in tijden van hojg waler^ d. i. als het water buiten het zomer-
bcd der rivier is getreden.
Voor dit doel vinden wij ze langs den LJsel boven het Kater-
veer, langs den Rijn boven AVijk-bij-Diiurstede , langs de Waal
boven Doodewaard , langs dc Maas boven lleusden; voor dit doel
vindt men ze ook hier en daar in het buitenland. Nam men deze
dijken weg, dan zouden het rivierdal en de ingangen van dc
3,: