Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Op (Ie drie Rijntakken lieerseht eene drukke scheepvaart. De
Waal is echter de belangrijkste tak, daar zij de diepste is
en daarom de groote verbinding te water vormt van Zuid en
een deel van Middei-Duitsehland met de zee , nl. (door de Noord»
met Rotterdam en ook met Amsterdam in vereeniging met het
Merwedekanaal (bl. 22>. Tot Donirecht is de Waal—mierwede
ook een gedeelte van den weg v^an Duitschland naar Antwerpen ,
gaande deze verder door de Dordsche Kil , lloll. Diep . Volkerak ,
Krammer, Zijpe ^ Ooster-Schelde , Kanaal door Zuid lieveland en
Selielde (Zie de kaart deii verkeerswegen, itrj> 4). In 1888 kwa-
men te Lobit ruim 25000 geladen schepen in beide richtingen
voorbij. — De ondiepste plaatsen op de Waal zijn 3 30 M. bene-
den M.R., hoewel de rivier grootendeels veel dieper is, tot 10 ^I.
toe Men gaat haar nu door nog grootere vernauwing en uitbag-
gering op eene nog grootere doorloopende diepte brengen.
De Rijn (Neder-Rijn) is minder diep en kan dus bij lage standen
niet door de Rijnaken, waarvan de grootste tegenwoordig een
diepgang van ongeveer 2.3 'Si. hebben . worden bevaren Rij vol-
doenden waterstand wordt dezo weg echter verkozen door de Rijnsche-
pen van en naar Amsterdam , omdat zij dan het Merwede Kanaal
tusschen Vianen en Gorinchem, waarop 3 sluizen liggen, vermijden.
De beide genoemde Rijntakken hebben dus eene internationale
beteelcenis.
De IJsel is nog ondieper dan de Neder-Rijn . vooral boven
Zutfen, en bij lage standen soms moeilijk of niet te bevaren.
Voor Zutfen, Deventer, Zwolle (door de Willemsvaart) en Kam-
pen is de rivier vooral van belang voor de vaart op Amsterdam
over de Zuiderzee.
De Maas heeft een veel geringer vermogen dan de Rijn. ^Maar
bovendien hebben deze rivieren een geheel verschillend karakter.
De Rijn nl is een g l e t s c h e r r i v i e r, die dus in den zo-
mer behalve door den regenval op zijn stroomgebied door smel-
tend sneeuw en ijs wordt gevoed en daardoor is de verhouding
van zijne afvoeren bij middelbare en hooge standen niet grooter
dan 1 : 5. ]\Iaar de ^laas komt uit de Vogezen en heeft hare
bronnen slechts 400 ^1. boven de zee: zij wordt dus uitshiHend
gevoed door den regen, de sneeuw, enz. die op haar gebied val-
len; zij voert dus 's zomers soms zeer weinig af, na veel regenval
i5eekman, Nederland UI. 3