Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
l O p w a a r t s s t r o o in e ii. IMj vloed nl. di'ingt liet
zeewater den riviermond . binnen tot zekere hoogte en
nog hoogerop dringt het 't afstroomende rivierwater terng,
zoodat dit in omgekeerde richting gaat stroomen, d. i.
nftftr (Ie bron toe. Den dunr van elk getij dus stroomt
het water over zeker gedeelte der benedenrivier eens op
en eens af.
2". Opstuwing. Aansluitende aan dit gedeelte is altijd een
ander riviervak aan te wijzen , waarop het water wel aifijd
zeewttnr's blijft stroomen, maar \saarop door de belette
afstrooming op het benedenste vak door opstnwing eene
tijdelijke verhoogiug van den rivierstand wordt veroorzaakt.
De grenzen tot waar deze invloeden zich uitstrekken hangen
af van den stand der rivier, vau de helling van haar wa-
terspiegel, enz. Op dezelfde rivier worden die punten echter
min of meer verplaatst naar gelang van de kracht en de
richting van den wind.
In gewone tijden bij M. U. is op den middelsten Rijntak het
water zout tot in den N, Waterweg, brak tot Maassluis en loopt
het op tot Schoonhoven fverschil tnsschen eb en vloed alhier
0.54 ^L); boven dit punt bijft het altijd zeewaarts stroomen, maar
is opstuwing merkbaar tot Vreeswijk (versch. =: 3 a 8 c.M.), soms
tot Beusichem.
In den IIoll. IJsel loopt de vloed op tot Gouda (versch. =:
1,30 M.) Op de Waal—Merwede stroomt het water boven Sliedrecht
altijd zeewaarts en is opstuwing merkbaar tot Bommel (bij storm
uit zee tot St. Andries . enz.)
Nu loopen de getijen door Oude Maas en Dordsche Kil naar
en van Dordrecht en in de Noord -oxn weerszijden uit Oude en
Nieuwe Maas; dit geschiedt niet gelijktijdig, w^ant op het Holl.
Diep, d. i. in 't Z., vallen de getijen vroeger in dan op noorde-
lijker punten, b. v. op de Oude Maas. Door een en ander ont-
staan op de benedenrivieren zeer samengestelde werkingen der
getijen, die wij hier niet zullen nagaan. Ook de werking der
getijen op de 3 .Merweden is zeer samengesteld. — A'an een
aanhoudende verdeeling in een bepaalde veyhouding is dus
geen sprake : als er gesproken wordt van eene verdeeling van
het afkomende rivierwater (o p p e r w a t e r) tusschen Beneden*
en Nieuwe Merwede in reden van 1 : 2, dan kan daardoor geenszins