Boekgegevens
Titel: Aardrijkskunde van Nederland
Deel: 3e leerboekje Aardrijkskunde van Nederland voor H.B.S., Gymnasia, enz
Auteur: Beekman, A.A.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1891
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1253
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205686
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
water in de ondiepe Zuiderzee te brengen. Dit geschiedt voorna-
melijk door den hoofdmond het Ke t e 1 d i e p , dat tusschen twee
lange leidammen door in het diep der zee gek;id wordt. Tegenover en
iets beneden Kampen gaat naar rechts een andere tak, het Gan-
zen d i e p , verderop eene tak de Goot afgevende , en nog lager
gaat uit het Keteldiep een zijtak, het Uechtediep, naar zee.
Beide, Ganzendiep en Ilechtediep , zijn echter aan den bovenmond
gedeellelijk afgesloten om water genoeg op den hoofdtak te be-
houden , terwijl zij toch bij hoog Avater tot afvoer van water en
ijs kunnen dienst doen.
De Waal y de vermogendste der 3 Rijntakken, is als gevolg
daarvan ook de breedste en diepste.
In elk rivierdal is eene door vrij steile oevers begrensde
diepere geul op te merken, waarin de rivier bij M. R. of
iets hoogere standen blijft vloeien. Deze geul heet zomer-
b e d. De geheele strook, die bij hooge standen door het
water wordt beloopen, heet het winterbed der rivier.
Door de breedte eener rivier verstaat men de breedte
van den waterspiegel bij M. R ; zij is soms vrij sterk afwis-
selend , doch neemt in den regel naar den mond toe.
De Waal neemt bij Loevestein de Maas op en stroomt van
hier onder den naam van M e r w e d e door. B o v e n M e r w e d e
heet het zeer breede riviervak van Loevestein langs Gorincheni
tot Werkendam; alwaar links een tak afgaat, de eerst in den
laatsten tijd gevormde Nieuwe M e r w e d e. Langs dezen gaat
ongeveer van het water naar het Hollandsch Diep af, terwijl
J/3 als B e n e d e n-M e r w e d e 'doorgaat naar Dordrecht. Van
hier geraakt het water langs 3 takken : N 0 0 r d , O u d e M a a s
en D 0 r d s c h e Kil naar zee.
Men zou zich echter eene geheel verkeerde voorstelling van de
werkelijkheid maken, indien men meende dat bij Werkendam
onafgebroken van het water der Boven-Merwede naar links
en ï/^ recht door stroomde en dat bij Dordrecht de splitsing in
3 takken weder zoo geschiedde , dat langs elk van deze een be-
paald gedeelte onophoudelijk naar zee liep. De inwerking nl. van
de getijen der zee op de benedenrivieren veroorzaakt dat feitelijk
de toestand een geheel andere is.
invloed van eb en vloed op de benedenrivieren.
Deze invloed is tweeërlei. Hij veroorzaakt: